6 manieren om je ideeën niet te laten verdwijnen.

Ideeën, ideeën, ideeën…

Bijna alle mensen lopen met ideeën rond. Veel mensen denken in mogelijkheden en kansen, kunnen onlogische verbanden leggen en daardoor nieuwe inzichten naar boven laten ‘poppen’. Zij verzinnen ideeën om nieuwe dingen te doen, zaken anders aan te pakken, beter, goedkoper of passend bij de trends & ontwikkelingen.

Mensen met ideeën vind je overal: Van de wilde creatieve denker, die marktgerichte initiatieven ontplooid, tot de meer beschouwende persoon, die wellicht meer de uitdaging vindt in het innoveren van processen.

Het is echter vaak niet zo makkelijk om ook daadwerkelijk je ideeën werkelijkheid te laten worden. Een idee is één, maar het realiseren is twee. Daar bewust van zijn, hier anders tegenaan kijken en zaken iets anders aanpakken, kan al snel helpen. De onderstaande 6 punten kunnen je helpen je ideeën realiteit te maken.

“Om een idee te realiseren is het onderzoeken van je eigen gedragspatronen en het managen van je omgeving vaak noodzakelijk”

1. Betrek anderen bij je idee.

Om een idee te realiseren heb je anderen nodig. Jij hebt je doel, maar om dat te bereiken, zul je veelal anderen nodig hebben om die te bereiken. Als de organisatie je de ruimte, geld, tijd of ruggesteun niet geeft om met je idee aan de slag te gaan, krijg je deze normaal gesproken niet gerealiseerd.

Je zal dus veel energie moeten steken in anderen meekrijgen. De zogenaamde ‘change matrix’ kan je hierbij helpen.

Hierin zet je voor jezelf op een rij wie de beslissers zijn, wie de ambassadeurs zijn die je nodig hebt, wie de informele leiders zijn met veel invloed, wie meer uitvoerend betrokken zullen gaan worden, etc..

Bedenk dan wat je moet doen om al deze mensen, op een bij hun passende manier, te vertellen over je idee. Voor iedereen kan dit op een andere manier zijn.

Het is dus belangrijk dat je veel aandacht besteed aan je netwerk. Hiermee kan je draagvlak bevorderen en je invloed vergroten. Dat je daarbij authentiek blijft is misschien wel het belangrijkste. Je timing en manier van communiceren kan je echter wel aanpassen aan de verschillende ‘stakeholders rondom’ je idee.

2. Hou er rekening mee dat jouw idee op het moment (nog) niet aansluit bij referentiekader van de ander.

Iedereen heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen ‘beeld’ van de werkelijkheid. Het kan daarom goed dat jouw idee daar niet bij aansluit. Ook kan het zijn dat anderen eigen ideëen hebben en daardoor niet open staan voor ideëen van anderen, die van jou bijvoorbeeld. Er is dan meer nodig om anderen mee te krijgen, te overtuigen of jouw idee te gaan ondersteunen. Je hebt ze immers wel nodig (zie vorige punt)!

Wat helpt is om veel vragen te stellen (‘De kracht van vragen stellen’) en daardoor te achterhalen waar anderen aan denken, wat zij belangrijk vinden en hun ideeën te laten vertellen. Jij kan daarna proberen daarbij aan te sluiten en zodoende in ieder geval te bereiken dat ze beter naar je luisteren en meer ‘open’ staan voor jouw verhaal.

Timing is belangrijk. Niet alleen de timing in een gesprek, zoals hierboven besproken, maar ook de timing van wanneer je dat gesprek voert. Een beetje je ‘politieke’ gevoel hiervoor ontwikkelen dus.

3. Laat je door de zogenaamde ‘ideakillers’ niet demotiveren.

Anderen reageren vaak sceptisch op een idee of doen je idee af met woorden als: “Mooi bedacht, maar hier hebben we geen tijd voor”, “Hebben we al vaker geprobeerd”, “We moeten ons op primair proces richten, daar past dit niet bij”, “Daar is nu geen geld voor”, etc, etc…

Je kent deze zogenaamde ‘ideakillers’ vast wel. Het gekke is dat jouw idee voor jou daardoor minder sterk kan gaan lijken als je eerst dacht. Je gaat hun als het ware een beetje geloven en geeft het op. Je idee verdwijnt uit je gedachten of gaat in ieder geval naar de achtergrond.

Hiervan bewust zijn, kan je helpen door te zetten. Veel mensen hebben nu eenmaal de neiging op dergelijke manieren te reageren. De zogenaamde ‘Ja, maar-mensen‘. Die zijn er altijd! Zie dit als een gegeven waar je niet van hoeft terug te deinzen. Laat het je juist motiveren om deze mensen ook mee te krijgen met je idee. Probeer ze in een andere modus te krijgen.

Probeer eerst aan te sluiten bij hun behoeften, bijvoorbeeld die van de drang naar zekerheden, of bij hun angsten, bijvoorbeeld die van de controle te verliezen.

Overigens komen deze behoeften en angsten vaak natuurlijk helemaal niet in gevaar en gooit jouw idee helemaal niet zo veel overhoop als men jou laat denken door de hele rits aan ‘ideakillers’ die er zijn..

4. 70% is ook genoeg om het klaar te laten zijn voor het publiek. Soms zelfs 30%!

Ook kan je zelf de oorzaak zijn van het niet realiseren van je idee. Je komt niet (genoeg) in actie. Eén van de redenen hiervan kan zijn dat je steeds weer je ideëen aanpast en dat je vind dat ze nog niet voor publieke oren geschikt zijn.

Geloven in de basis van je idee is genoeg om je idee in de week te leggen bij anderen. Zeventig procent je idee hebben uitgewerkt, of misschien wel minder is genoeg om bij anderen al een eerste ‘pitch’ te houden.
Ik vind zelfs dat je al eerder over je idee kan gaan praten bij verschillende ‘stakeholders’ rondom je idee. Anderen kunnen immers waardevolle vragen stellen of aanvullingen en inzichten geven, waardoor het idee verder verrijkt zal worden. Het in jou hoofd alleen maar aan het idee werken, kan ervoor zorgen dat het nooit ‘af’ is.

Daarnaast kunnen anderen je door hun positieve reacties motiveren met je idee verder te gaan en gaan zij je wellicht helpen om bijvoorbeeld meer draagvlak in je omgeving te krijgen. Misschien zelfs wel bij mensen die je nodig hebt buiten je eigen invloedssfeer, waardoor de kans van realisatie groter wordt.

5. Hou het simpel, maak het niet te groot, waardoor je het basisidee ineens in de prullenbak is verdwenen.

Wees je bewust dat eenvoudig te realiseren ideeën kunnen verdwijnen door ze steeds groter te maken. Je kan van het ene idee in het andere idee komen. Dat is goed natuurlijk in de fase dat je dit toelaat en waardoor je ideeën steeds beter passen bij de vraag of uitdaging waar je antwoord op geeft.

Je moet echter wel en keer stoppen, keuzes maken en aan de slag. Wees je hiervan bewust! Je hebt namelijk de kans dat je hierdoor wellicht hele goede ideeën in de ‘prullenbak’ gooit, die misschien wel makkelijker te realiseren zijn als je het eenvoudig had gehouden.

6. Maak het één van je prioriteiten!

Andere prioriteiten beheersen vaak je dag, waardoor je een goed idee wellicht toch steeds minder aandacht geeft. Een idee is als een zaadje. Het klinkt cliché, maar wel waar. Je moet het met liefde verzorgen, aandacht geven, samen met anderen water gaan geven. Als je dat op een gegeven moment minder of niet meer doet, gaat het plantje slap hangen… je idee sterft of moet een zware winter of droge zomer overleven.

| Dit artikel is eerder verschenen in DeInspiratiekamer (red). |

2018… De CV van je dromen…

Een CV schrijf je altijd over je ervaringen en dingen die je in je verleden (goed) hebt gedaan of trots op bent. Deze stuur je dan naar iemand anders…

Nu je op de valreep van 2018 staat, kijk je ook terug, maar dan voor jezelf en naar de ervaringen en momenten die je hebben ontroerd, die je bijgebleven zijn, niet leuk waren of juist fantastisch. En natuurlijk de ervaringen waar je sterker van bent geworden, door gegroeid bent.

Al deze herinneringen neem je mee als je vooruit kijkt naar het nieuwe jaar. Als je je dromen weer de revue laat passeren en op kan schrijven in de ‘CV van je Dromen’. Een CV voor je toekomst in plaats van over je verleden. Het opschrijven van je dromen en de dingen die je wilt gaan doen in de nabije toekomst,  geeft je inspratie voor de toekomst en laat je prioriteiten stellen voor jou!.

`Er zijn nu eenmaal wensen die niet kunnen wachten`

En heb je dromen, of schieten je voornemens te binnen, waar je jarenlang steeds weer over nadenkt? Ideeën die je steeds wegdrukt omdat ze niet realiseerbaar lijken? Dromen of wensen die je jezelf uit je kindertijd of jonge jaren kunt herinneren?

Neem eens even rust… denk aan twee, drie of misschien wel zeven dingen die je graag zou willen doen. Je weet ze echt wel, schrijf ze gewoon op.

Dingen die je interesseren of die je nieuwe mogelijkheden bieden. Misschien is dat wel dat ene boek dat je al lang eens wilde lezen, die bepaalde theatercursus of die reis naar de plek waar je altijd al een keer heen wilde. Die ‘verloren’ vriendschap weer oppakken of de keus te maken professioneel iets anders te gaan doen. En als je dan toch in die ‘CV van je Dromen’ aan het schrijven bent, zet er dan zoveel als mogelijk data bij. In onze tijd is het plannen van de meest simpele dromen soms gewoon domweg noodzakelijk… Ja, je leest het goed: ‘Plannen van je dromen’, want…

`Als je geen plan hebt voor je eigen dromen, wordt je ingezet in de dromen van anderen`

Niet altijd erg natuurlijk… maar die dromen van jou wachten wel om uit te komen!
Ik wens het je toe!
PROOST!

De vernieuwing en het avontuur komt op je af via het perspectief van de ander.

In ons leven kunnen we dagelijks geconfronteerd worden met ‘afwijzing’ en een stroom van ‘nee’ die onze kant op komt.

Maar zeg nu zelf, laten wij zelf ook niet veel ‘nee’ de andere kant op gaan… En veel meer dan we beseffen.

In brainstormsessies, improvisatietheater en de vele vormen van communicatietraining, worden mensen geleerd en aangeraden deze “Nee” te veranderen in een “Ja, en …”. Een basisvaardigheid en een voorwaarde voor effectieve ideeënsessies,  echt contact maken met anderen of bij improvisatie.

In het laatste geval heeft het “Ja”zeggen een duidelijke link met het belangrijkste principe van improvisatietheater: dat wat van de ander (tegenspeler) naar je toekomt, neem je dankbaar aan en daar stem je op af. Je verlaat je eigen perspectief ten gunste van de ander . Voor goed improvisatietheater moeten we goed kijken en luisteren naar wat de ander ons aanbiedt. Immers met dat aanbod gaan we verder in het spel. Zo kunnen we doorbouwen en tot ideeën en nieuw spel komen.

En dat is moeilijk! Echt luisteren en afstemmen op alleen datgene wat de ander aanbiedt. Een tijd geleden was ik uitgenodigd bij een talk van Karl Raats waarin stil stond bij de zogenaamde 3-seconden mensen en de 10-seconden mensen. Mensen die binnen 3 seconden reageren op de ander en wat er gezegd wordt, tegenover mensen die dit pas na 10 seconden doen. De 3-seconden mensen lijken in eerste instantie alerter, aanweziger, meer betrokken en intelligenter. De 10-seconden mensen daarintegen afwezig, in zichzelf gekeerd en minder betrokken. Maar is dat wel zo? Wie luistert er beter, wie stemt beter af op datgene wat de ander zegt? Maar vooral wie laat meer toe van de ander in zichzelf?

Ik kan niet wetenschappelijk aangeven of de 3-seconden mensen of de 10-seconden mensen het beste op de ander afstemmen. De kans echter dat de 3-seconde mens te snel reageert en niet goed heeft geluisterd, lijkt mij wel vele malen groter. En in de regel zal het snel reageren het echt opnemen van wat de ander zegt niet bevorderen. Wellicht dus toch niet zo betrokken tot de ander en intelligent?

In ieder geval mis je hierdoor heel veel kansen en de mogelijkheden om elkaar te versterken, verder te bouwen en de vernieuwing te zien die voor het grijpen ligt! De vernieuwing en het avontuur dat op je af komt via het perspectief van de ander. Je eigen perspectief geeft je immers meer van hetzelfde.

“Ja” zeggen tegen de ander in plaats van afwijzen. Dat is een kunst. Misschien wel een levenskunst, want jezelf dit leren kost je wellicht een heel leven…

 

~ Er zijn mensen die liever “ja” zeggen en mensen die liever “nee” zeggen. Diegene die “ja” zeggen, worden beloond met de avonturen die ze beleven. Diegene die “nee” zeggen met de veiligheid die ze creëren ~

 

 

 

 

Laat de vraag je inspireren bij je brainstorm!

Als je je vraagstelling voor een brainstorm concreet en prikkelend hebt formuleerd, kan je daarnaast met verschillende creatieve denktechnieken snel tot veel ideeën komen.

Ik wil hieronder graag een 8-tal van deze creatieve denktechnieken, die je kan doen in relatie tot de vraagstelling, met jullie delen,  Mijn ervaring is dat je met deze technieken in korte tijd veel ideeën kan genereren.

Eén Kies twee zelfstandig naamwoorden uit je vraagstelling en associeer op beide woorden minimaal 10 andere woorden. Kies uit deze woorden twee inspirerende, energiegevende woorden. Zoek bij deze woorden minimaal 4 overeenkomsten. Pak één zo’n overeenkomst en resocieer hiermee naar je oorspronkelijke vraagstelling naar ideeën.

Twee Kies twee zelfstandig naamwoorden uit je vraagstelling en maak op elk woord een kettingassociatie (van ene woord naar volgende associëren en weer naar volgende vanuit laatste). Kies uit deze woorden twee inspirerende woorden. Zoek bij deze woorden minimaal 4 overeenkomsten. Pak één zo’n overeenkomst en resocieer hiermee naar je oorspronkelijke vraagstelling naar ideeën.

Drie Benoem zoveel mogelijk onderdelen/aspecten waaruit het onderwerp van je vraagstelling is opgebouwd. Genereer oplossingen door veranderingen aan te brengen binnen zo’n onderdeel.

Vier Hoe zou jij je voelen als jij het onderwerp van de vraagstelling bent? Wat zou je denken? Hoe zou je reageren op zaken? Wat moet er volgens jou dan gebeuren?

Vijf Kijk naar je eerste ideeën die je hebt opgeschreven in je eerdere eerste braindump. Van welke vooronderstellingen ben je, zoals je nu ziet, uitgegaan? Als één van die vooronderstellingen niet zou gelden, welke nieuwe oplossingen kun je dan bedenken?

Zes Bekijk je vraagstelling. Welke vooronderstellingen zitten hierin? Welke andere ideeën krijg je als één van die vooronderstellingen niet zou gelden? Genereer nieuwe oplossingen.

Zeven Vertaal je vraagstelling naar een metafoor. Bedenk oplossingen binnen die metafoor. Laat deze oplossingen je inspireren voor oplossingen voor je oorspronkelijke vraag.

Acht Formuleer je vraagstelling opnieuw, maar nu nog ambitieuzer! Welke nieuwe oplossingen en ideeën geeft dit? Veel succes!

Heb je meer ideeën nodig? Wil je ervaren en leren hoe verschillende creatieve denktechnieken bij een brainstorm snel veel kunnen opleveren? Vanuit DeInspiratiekamer kunnen we je helpen deze denktechnieken gelijk toe te passen op bestaande vraagstellingen in zowel de divergentie- als de  convergentiefase. Neem contact met ons op over de faciliteringsmogelijkheden voor ons programma ‘Van vraag naar concept’.

#3NieuweDingenPerWeek

Vanuit DeCreatiekamer

Wij willen jou , en zoveel mogelijk mensen, inspireren om per week drie nieuwe dingen te doen, die je in je leven nog nooit gedaan hebt.

Voor meer inspiratie, creativiteit en een (nog) leuker leven.

Kijk op de website of facebook

GA DEZE UITDAGING MET JEZELF AAN!

Doe drie nieuwe dingen per week, die je nog nooit gedaan hebt.

=

156 nieuwe dingen per jaar, die je nog nooit gedaan hebt…

Geef jezelf dit cadeau!


De missie van #3nieuwedingenperweek

Dat jij meer energie en inspiratie voelt,om daarmee de bron van je creativiteit nog meer te voeden en aan te boren…

… en dat je deze creativiteit kan inzetten om vanuit jouw persoonlijke fascinaties op jouw manier bij te dragen aan een klein of groot stukje betere wereld.


Like#3nieuwedingenperweek op facebook

What Got You Here, Won't Get You There

In het boek ‘What Got You Here, Won’t Get You There’ van Marshall Goldsmith staat over twee pagina’s verdeeld een mooi rijtje van patronen om te doorbreken.
Echter zo simpel als het leest is het niet…

Het veranderen van sommige gewoonten is hard werken en daar doe je misschien wel een heel leven over.
Andere zijn wellicht makkelijker en kan je nu en morgen al veranderen… Goldsmith gaat op een korte en krachtige manier in op deze patronen en licht ze toe met sterke voorbeelden.

1 – Winning too much: The need to win at all costs and in all situations.
2 – Adding to much value: The overwhelming desire to add our two cents to every discussion.
3 – Passing judgment: The need to rate others and impose our standards on them.
4 – Making destructive comments: The needless sarcasms and cutting …remarks that we think make us sound sharp ans witty.
5 – Starting with “No,” “But,” or “However”: The overuse of these negative qualifiers which secretly say to everyone, “I’m right. You’re wrong.”
6 – Telling the world how smart we are: The need to show people we’re smarter than they think we are.
7 – Speaking when angry: Using emotional volatility as a management tool.
8 – Negativity: “Let me explain why that won’t work”: The need to share our negative thoughts even when we weren’t asked.
9 – Withholding information: The refusal to share information in order to maintain an advantage over others.
10 – Failing to give proper recognition: The inability to praise and reward.
11 – Claiming credit that we don’t deserve: The most annoying way to overestimate our contribution to any succes.
12 – Making excuses: The need to reposition our annoying behavior as a permanent fixture so people excuse us for it.
13 – Clinging to the past: The need to deflect blame away from ourselves and onto events and people from our past; a subset of blaming everyone else.
14 – Playing favorites: Failing to see that we are treating someone unfairly.
15 – Refusing to express regret: The inability to take responsibility for our actions, admit we’re wrong, or recognize how our actions affect others.
16 – Not listening: The most passive-aggressive form of disrespect for others.
17 – Failing to express gratitude: The most basic form of bad manners.
18 – Punishing the messenger: The misguided need to attack the innocent who are usually only trying to help us.
19 – Passing the buck: The need to blame everyone but ourselves.
20 – An excessive need to be “me”: Exalting our faults ad virtues simply because they’re who we are.

In hoofdstuk 5 komt nog de 21e gewoonte van ‘Goal obsession’ aan bod, waarbij Goldsmith aantoont dat dit voor heel vervelend gedrag kan zorgen.

In het derde deel gaat het over hoe we kunnen veranderen door bewust dingen niet, anders of juist wel te doen. En dit in relatie tot luisteren, verontschuldigen, feedback, bedanken, het verschil maken… 7 mooie hoofdstukken…

Wat is dat nou die creatieve houding?

Wat is dat nou een creatieve houding? Waaruit bestaat deze? Wat is er nodig voor een creatieve basishouding en hoe kan je deze verder ontwikkelen?

In de trainingen en workshops van De Inspiratiekamer geven wij veelal veel aandacht aan de creatieve houding als basis voor praktische innovatie en het denken in kansen en mogelijkheden. En steeds weer blijkt dit mensen te triggeren op vele verschillende aspecten van hun leven, zowel privé als in werk. Ik merk dat mensen een natuurlijk verlangen hebben naar nieuwe ervaringen, inspiratie en vernieuwend & anders denken.

Waar staan we dan bij stil als we ingaan op ieders creatieve houding?

Ten eerste bij chronische nieuwsgierigheid: Veel willen weten en leren. Dit geeft zo veel meer mogelijkheden tot het leggen van verbindingen. Jezelf verwonderen over veel en in een open ruimte onderzoeken zonder altijd direct een doel te hebben. Hoe groter je referentiekader, hoe meer om mee te associëren en hoe meer je kan combineren met kennis en inspiratie die je eerder hebt opgedaan. Ook de kans op spontane onlogische connecties in je brein, is groter.

Als tweede bij het openstaan om nieuwe ideeën toe te laten. Je kan en wilt nieuwe mogelijkheden zien. Je geeft bewust veel ruimte aan inzichten en vragen van anderen. Perspectieven die afwijkend zijn, geef je juist veel aandacht! Wat kan ik hiervan leren? Welke vragen stel ik? Wat brengt de ander naar me toe?

Verder kan je nadenken hoe je jezelf de vrijheid geeft om je creativiteit te voeden. Hoeveel ruimte geef je jezelf in je drukke planning om afstand te nemen en inspiratie op te doen? Geef je tijd en aandacht aan dingen die soms ook los lijken te staan van wat je doet en moet? Dit is niet altijd makkelijk. Zeker niet als je binnen een vaste baan in een kader (lijkt) te werken, waarbinnen de vastgezette emotionele  barrières je hinderen in het ‘loslaten’ van je creativiteit of de aandacht hiervoor. Ben je echter volledig gemotiveerd om dingen creatiever aan te pakken en je creativeit verder te ontwikkelen, zal dat je helpen de stappen hierin te zetten.

Creativiteit bloeit op wanneer we volledig op durven gaan in een activiteit en je van binnenuit bent gemotiveerd. Een intrinsieke motivatie doordat de activiteit onze volledige persoonlijke interesse heeft en relevant is. Verdere dragen de eigenschappen doorzettingsvermogen, wat risico’s durven nemen en een beetje rebels gedrag bij aan een creatieve ontwikkeling.

Het is jammer dat zo heel veel mensen zich hun mogelijke creatieve potentieel niet realiseren.  Het geeft aan zoveel dingen in het leven een positieve boost. Niet in het minst aan de kwaliteit van leven van jezelf en die van de anderen om hen heen. Als je er met aandacht mee aan de slag gaat zal het je leven leuker, vitaler en inspirerender maken!

Enjoy!

 

 

8 tips voor inspiratie en creativiteit tijdens je vakantie.

hangmatEerder blogde wij over ‘het maken van een fotoboek dat anders is’. Een fotoboek maken op vakantie dat je komend jaar wel veel inkijkt, omdat het anders is en je inspiratie geeft!

Dat kan een leuke creatieve ‘opdracht’ aan jezelf zijn voor de aankomende vakantie. Je gaat anders waarnemen, het om je heen kijken wordt nog leuker en je maakt andere foto’s dan normaal. Foto’s die van grote waarde voor je kunnen worden. Foto’s waarmee je je werkplek, toilet, leeskamer, inspiratiekamer, etc kan verfraaien.

Vanuit de Linkedingroup ‘Creativity United’  kwamen er echter meer inspirerende leuke oefeningen en opdrachten om tijdens een vakantieperiode te doen. Deze wil ik hier graag delen.

Dus kies maar, ontwikkel je persoonlijke creativiteit tijdens je vakantie.. 

DagboekJeroen van der Weide:

“Naast de beeldende foto-opdracht bijgaand een meer talige.
Hou een dagboek bij tijdens je vakantie.
En schrijf hier jabbertalk in: Pak de sfeer, verwondering en de ‘ontberingen’ in steeds andere ‘woorden’ “.

IndianengeheimMarcel Stolk:

“Indianengeheim: Loop in je vakantie één maal per dag eens een tijdje op 1/3 van je gebruikelijke snelheid. En dan mag je natuurlijk snel je camera pakken als je de wereld anders ervaart, maar eerst ervaren.
De vraag start de creativiteit…”

spoor achter latenPeter Gelens:

“Misschien is een “hoogtepuntenboek” ook wel iets. Niet letterlijk hoge bergen fotograferen, maar proberen te vatten wat je het laaste jaar geraakt heeft, ontroerd heeft, waarvoor je ‘s morgens je bed uitkomt. Een keer achterom kijken, dat doen we zo weinig. Kijken naar je eigen unieke spoor door het landschap. Hé kijk, daar loopt mijn pad.”

woordMartine Vanremoortele:

“Je kan ook je emotie van de dag proberen te vatten in één woord – één beeld.. na de zomer heb je dan wellicht 60 woorden/ 60 emoties gevat.
Veel plezier ermee!”

GeurenSaskia de Smet:

“Doe iets met de geuren die je op je reis tegenkomt: beschrijven wat en hoe deze bij je binnenkomen, wat ze met je doen, verbeelden, tekenen, associaties, op de ene of andere manier “vastpakken” en “vastzetten” …, zodat je er na je vakantie het ganse jaar van “geniet”, als constante inspiratiebron tot aan de volgende vakantie.”

doosjeEn nog eens Martine Vanremoortele:

“Iets anders: maak een lijstje van 100 kernwoorden/ trefwoorden die op een of andere manier je belangstelling wekken. Zet elk woord op een apart papiertje, vouw ze dubbel en stop ze in een doosje. Elke ochtend van de zomer neem je één briefje – random – en je gaat die dag met iemand (die je niet kent) een gesprek aan over dat woord. Noteer in je dagboek. Mogelijks ook te combineren met foto’s.
Veel plezier en nieuwe ontmoetingen!”

postcardKarl Raats:

“Schrijf 10 vakantiekaartjes met een oprechte wens naar evenveel volslagen onbekenden.”

“Schrijf een brief aan jezelf over je wat je het afgelopen jaar 2009-2010 allemaal voor moois gedaan en bereikt hebt. Maw, je scrijft die brief als was het de vakantie van volgende zomer. Creëer intentie. Heimwee naar de toekomst.”

“Zoek een restaurantje met iets op de kaart wat je niet kent en je meteen een beetje huiverig bij voelt. Bestel het!”

“Neem iets mee van je werk, of iets wat al maandenlang op je bord ligt. Leg het goed in je gezichtsveld en laat de incubatie van je vakantie de oplossing aandragen.”

“Zoek een landloper op of een bedelaar. Leer hem/haar kennen. Praat met hem/haar. Luister naar zijn/haar verhaal. Ontdek wie hij of zij is.”

“Leef een dag het leven van een compleet andere persoon. Beeld je in hoe het is om stikend rijk te zijn, of een ijscoventer, de dorpsgek, een blinde…zoek een leven dat ver van je af ligt en (be)leef het helemaal. Ervaar wat dat met je doet.”

ukele “Koop een ukulele of bloemen en ga ze verkopen op drukke terrasjes. Geef de opbrengst aan wie jij vindt dat ie het verdient.”

“Hou een droomdagboek bij. Bij het wakker worden, schrijf je/teken je meteen je droom neer.”

“Doe één dag helemaal niks. Maar dan ook echt niks. Toegelaten zijn: opstaan, iets aantrekken, eten en drinken (niet GAAN eten of drinken) en de hele dag hangen. Geen boek, geen TV, geen visite, geen klusjes, geen whatever.”

En Karl had ook nog een specifieke opdracht voor mij. Ga ik zeker doen:
“Neem een verrassende opdracht terug mee voor diegenen die er nu voor jou hebben geformuleerd.”

potlodenCarmen Henze:

“Neem een boek mee met kleurpotloden en vraag elke dag een onbekend iemand die je tegen komt een tekening te maken. het goede gesprek komt vanzelf. Zo niet, ook goed.”

 

 

Wij wensen iedereen heerlijke vakantie toe!

[Dit artikel is al eerder voor een zomervakantie gepubliceerd geweest. Inmiddels is dit artikel al ruim 40.000 keer aangeklikt en waarom zouden we het niet opnieuw publiceren. Bij deze.]

100+ Inspiratiebronnen

Inspiratie is een onlosmakelijk onderdeel van het creatieve proces. Die komt soms uit onverwachte hoeken. 

Deze- niet uitputtende – lijst bevat uiteenlopende manieren om inspiratie op te doen. Sommigen liggen voor de hand, anderen minder. Kijk eens of er iets voor jou bij zit. De lijst is eerder gepubliceerd op www.verhaallijnen.nl en is samengesteld door Sigrid van Iersel.

  1. Aanrommelen. Uitproberen en kijken wat het wordt: voor kunstenaar Karel Appel werkte het. “Ik rotzooi maar een beetje aan”, zei Karel Appel in 1955 over zijn werkwijze bij zijn schilderwerk. “Ik leg het er tegenwoordig flink dik op. Ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan. Ik gooi er soms hele potten tegelijk op.” Zie ook: Starten.
  2. Aantekeningen. Mensen doen vaak prachtige uitspraken, zoals deze: “Allochtonen komen vaak uit een statische wereld, terwijl het stadsleven hier heel divers is. Dat wil ik mixen door er jazz van te maken.” Maak van dit soort uitspraken een aantekening in je notitieboekje. Zie ook: Citaten.
  3. Afstand. Stel je voor hoe je vraagstuk er over tien jaar uit ziet. Door afstand te nemen, stimuleer je je brein om abstracter en breder te denken.
  4. Afzondering. Rust is een belangrijke voorwaarde om nieuwe ideeën te krijgen. Trakteer je brein regelmatig op een pauze. Zie ook: Wachtmomenten.
  5. Alledaagsheid. Kunstenaars laten zich vaak inspireren door alledaagse dingen of omstandigheden om hen heen. Vincent van Gogh schilderde bijvoorbeeld wat hij in zijn eigen omgeving zag. Kijk dus eens bewust naar je eigen omgeving. Wat kan vandaag een aanknopingspunt voor jou zijn?
  6. Andere mensen. Om te weten wat ze bezighoudt, waardoor ze geïnspireerd raken, wat ze drijft.
  7. Associaties. Door woordtreintjes te bouwen, leg je nieuwe verbindingen en kom je gemakkelijker op nieuwe ideeën.
  8. Auto. Na een half uur auto rijden neemt het krijgen van ideeën aanzienlijk toe, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. De beweging zorgt ervoor dat je je aandacht nergens meer bewust op richt, waardoor je ontvankelijk raakt voor nieuwe invallen. Zie ook: Fietsen.
  9. Bad. Neem een ontspannend bad of ga in een hangmat liggen. Vraag je intuïtie om de oplossing voor je probleem te geven. Laat je gedachten dwalen. Welke ideeën borrelen op?
  10. Beginnetje. Als je een beginpunt hebt, komen er gemakkelijker ideeën om door te gaan. Schrijvers maken hiervoor gebruik van ‘schrijfveren’: korte zinnen, die inspiratie bieden voor creatieve schrijfopdrachten.
  11. Beelden. Het bekijken van beelden is een van de manieren om de rechterhersenhelft te prikkelen en zo op een andere manier dan anders naar een vraagstuk te kijken. Gebruik eens Google Afbeeldingen om op ideeën te komen.
  12. Bladen. Achter ieder tijdschrift zit een groep redacteuren, die de trends op de voet probeert te volgen. Van hun voorwerk kun jij gebruik maken! Het is vooral geweldig leuk om een blad door te bladeren dat over geheel andere dingen gaat dan jouw gebruikelijke interesses. Je doet er altijd wel één of meerdere ideeën op. Zie ook: Coverteksten.
  13. Blauw. Zorg voor veel blauw op of rondom je werk- of vergaderplek. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat blauw de kleur is die de creativiteit het meest bevordert. Zie ook: Kleuren.
  14. Blijdschap. Een uitgelaten stemming helpt om een origineel idee te bedenken. Boosheid trouwens ook. Het is vooral belangrijk dat je geest in een actieve stemming is. Bij ontspanning of gelatenheid is het veel moeilijker om een idee te bedenken.
  15. Blogs. Er zijn vele blogschrijvers, die volop aanknopingspunten bieden om op door te denken, zoals De Inspiratiekamer en Nieuweproductenbedenken.
  16. Boeken. Lees boeken over allerhande onderwerpen, zoals psychologie, marketing, sterrenkunde. Kies ook eens voor niet voor de hand liggende onderwerpen, zoals als IJslandse letterkunde. Ruil je boeken met anderen en lees wat hen inspireert.
  17. Borden, opschriften en uithangborden. Fotografeer uithangborden of opmerkelijke opschriften. Ze vertellen vaak een verhaal, soms over gastvrijheid of juist over allerlei dingen die verboden zijn. Zie ook: Straatleven.
  18. Buurman en Buurman. Personages in kinderboekenboeken, cartoons, strips of sprookjes die de regels overtreden en hun eigen waarheid scheppen, laten zien hoe het anders kan. Buurman en Buurman bijvoorbeeld, maar ook Klein Duimpje. Zie ook: Pippi.
  19. Chaos. Zonder willekeur was de penicilline niet uitgevonden en was El Qaida niet zo ongrijpbaar. Begin eens met iets ongerijmds, zoals twee elementen die helemaal niet bij elkaar horen. Zie ook: Toeval.
  20. Citaten.Via www.citaten.net ontvang je dagelijks een citaat in je mailbox voor nieuwe inspiratie. Of volg quote me via twitter.
  21. Computerspelletje. Door je gedachten op een computerspelletje te richten (of iets anders dat afwijkt van je gewone werk), zet je je onderbewuste aan het werk. De ingevingen wellen daarna spontaan op. Zie ook: meditatie.
  22. Context. Door je onderwerp in een andere context te zetten, zie je nieuwe mogelijkheden. Wat zou jouw hoofdpersoon doen als hij een leeuw was? Wat gebeurt er met jouw onderwerp als het een gerecht is dat je gaat koken?
  23. Coverteksten. Coverteksten van tijdschriften zijn vaak geformuleerd in de vragende vorm om jou nieuwsgierig te maken naar het antwoord binnenin. Probeer je niet te laten verleiden het blad open te slaan om het antwoord van de redacteur te lezen, maar doe eerst een poging zelf die vraag te beantwoorden.
  24. Dagdromen. Samen met lanterfanteren en mijmeren is dagdromen een uitstekende manier om in een lome stemming te komen, waardoor je gemakkelijker nieuwe ideeën krijgt. Bij dagdromen schakel je bovendien je verbeeldingskracht in.
  25. Dansen. Door de vrije beweging op muziek gaan je gedachten stromen. Zie ook: Muziek.
  26. Deadline. Als je de druk van een deadline hebt, voel je je vaak gedwongen tot focus op één doel, dat je daadwerkelijk uit gaat voeren. Dan volgen ook nieuwe ideeën. Zie ook: Denkopdracht.
  27. Del.icio.us. Een schatkamer van prachtige artikelen op internet, door jezelf verzameld en door anderen. Je kunt op trefwoorden zoeken of bij je netwerk kijken. Zo vind je telkens interessante artikelen.
  28. Denkopdracht. Hoe meer je ergens op focust, hoe meer je daarvan te zien krijgt. Geef jezelf daarom een ‘denkopdracht’.
  29. Dialogen op straat of in een winkel. Het is geweldig leuk om conversaties van andere mensen te horen. Als je iets interessants hoort, schrijf het neer in een opschrijfboekje. Het kan later als inspiratiebron dienen. Zie ook: Straatleven.
  30. Documenteren. Het verzamelen van informatie of het in kaart brengen van dingen om je heen (interessante patronen, stukjes papier, kleuren) spoort je aan om goed om je heen te kijken en je andere zintuigen te gebruiken. Daardoor doe je nieuwe ontdekkingen of zie je nieuwe verbanden. Zie ook: Verzameling.
  31. Doe-het-zelf-brainstorm. Ga voor een tafel zitten en houd een pakket post-it-blaadjes bij de hand. Denk na over de vraag en schrijf ieder mogelijk idee op een apart geeltje. Hoe onverwachter, hoe beter. Prik tien willekeurige woorden in het woordenboek en bedenk met die woorden nieuwe associaties. Stop na een kwartier. Voeg daarna blaadjes samen van ideeën die bij elkaar passen. Als je nieuwe ideeën krijgt, voeg je die toe op een apart geeltje. Tot slot ga je alle blaadjes sorteren: snel te realiseren ideeën komen aan de ene kant van de tafel, ideeën die nadere uitwerking verdienen aan de andere kant.
  32. Douche. Iedere douchebeurt levert minstens één idee op. Zie ook: Bad.
  33. Emoties. Verhalen, films of kunstwerken komen vaak voort uit vreugde, verdriet, woede, verbazing, angst of afschuw. Emoties lokken reacties uit. Zie ook: Ergernis.
  34. Ergernis. Wie zich ergert, voelt vaak de behoefte om de bron van irritatie op te heffen of te verbeteren. Daarmee is ergernis een vruchtbare bron van inspiratie, die tot vele uitvindingen heeft geleid.Zie ook: Emoties.
  35. Droedelen. Door je hoofd leeg te maken, krijg je nieuwe inspiratie. Zie ook: Tekenen.
  36. Fietsen. De combinatie van frisse lucht en regelmatige beweging stuwt bloed door je lichaam en je brein. En dat levert altijd nieuwe gedachten op. Zie ook: Hardlopen.
  37. Films of televisieprogramma’s bieden vaak een nieuw perspectief op een thema en zetten je daarmee aan het denken.Zie ook: Verhalen.
  38. Fotograferen. Fotograferen is een geweldige manier om met andere ogen naar je nieuwe omgeving te kijken. Geef jezelf daarvoor een opdracht. Maak net-niet-foto’s (foto’s van toeristische bestemmingen met een element dat net uit de toon valt) of fotografeer alle buitentrapjes die je tegenkomt. Zie ook: Vormen en structuren.
  39. Freewriting. Begin te schrijven en haal je pen niet van het papier af. Schrijf al je gedachten op zonder je te bekommeren om stijl, spelling of interpunctie en laat het stromen. Grote kans dat er nieuwe ideeën in je naar boven komen.
  40. Friskijkers. Mensen die met een frisse blik in een organisatie rondkijken of nieuwe werknemers zorgen voor een nieuwe kijk op de bestaande situatie.
  41. Geluiden. Muziek, natuurgeluiden of juist de stilte. Zie ook: Dialogen.
  42. Geuren leveren vaak nieuwe associaties op. Geuren zijn nauw verbonden met herinneringen.
  43. Google. Als je op het onderwerp zoekt waarover je wilt schrijven, vind je via de zoekmachine meteen tal van bronnen, die je op nieuwe ideeën helpen.
  44. Hardlopen. De beweging en de frisse lucht zorgen ervoor dat je in een toestand komt, waardoor nieuwe ideeën gemakkelijker naar boven komen. Zie ook: Fietsen.
  45. Helden. Mahatma Gandhi, Albert Einstein en Nelson Mandela maar ook Spiderman, the A-team en James Bond vervullen een voorbeeldfunctie. Wat zou Einstein doen om jouw vraagstuk op te lossen. Of James Bond?
  46. Humor. Grappen bestaan vaak uit twee elementen die niet bij elkaar horen en op een onverwachte manier met elkaar in verband gebracht worden. Een woordspeling, bijvoorbeeld. Dat veroorzaakt kortsluiting in je hoofd, wat je op nieuwe ideeën kan brengen. Grappige filmpjes zorgen ervoor dat je in een goede stemming komt om ideeën te ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat mensen die vijf minuten naar een filmpje met bloopers hebben gekeken, een stuk beter een probleem oplossen met behulp van creatief denken dan mensen die de bloopers niet hadden gezien. Dus begin een vergadering of brainstorm met een grap of een humoristische anekdote.
  47. Inspiratiewand. Werk je samen met meerdere mensen in één ruimte? Zet een kast met open vakken neer waarin iedereen iets dierbaars of iets inspirerends zet. Houd een permanente expositie over wat iedereen inspireert. Of maak een groot prikbord waar iedereen zijn knipsels en aantekeningen met kansen en ideeën kwijt kan. Doe dat het liefst in de buurt van de koffieautomaat of andere hangplek, zodat mensen er regelmatig een kijkje nemen.
  48. Jeugdervaringen. Hoe beroerder je jeugd, hoe meer inspiratiebronnen, zo luidt het cliché. Feit is dat veel schrijvers en kunstenaars ruimhartig putten uit hun jeugd en soms hun hele leven voortborduren op de thema’s uit hun jeugd.
  49. Kaarten en plattegronden. Ze brengen je op nieuwe inzichten en ideeën over uitstapjes en reizen.
  50. Kinderen. Wat kijken ze op televisie? Welke modetrends zijn er? Hoe denken ze over het leven? Wat houdt ze bezig? Kinderen hebben een frisse blik op de wereld en laten je op een andere manier kijken naar je dagelijkse omgeving. Zie ook: Buurman en Buurman.
  51. Kleuren. Net als geuren en geluiden prikkelen kleuren tot nieuwe gedachten. Kunstenaar Wassily Kandinsky ‘luisterde naar kleuren’ om tot zijn schilderijen te komen.
  52. Knipsels. Heb je iets interessants gelezen in een tijdschrift of krant? Scheur het uit en bewaar het in een speciale map. Omcirkel interessante passages. Schrijf er je eigen ideeën bij. Zie ook: Kranten.
  53. Koken. Net als tuinieren, strijken en vegen een ideale manier om met je handen bezig te zijn en zo je hoofd vrij maken voor nieuwe ideeën.
  54. Kranten. Interessant leesvoer, vooral verhalen in de zaterdagkrant over mensen die iets bijzonders hebben gedaan. Zie ook: Bladen.
  55. Kunst. Kunstenaars zijn geoefend om zaken op een andere manier te benaderen en vormen daarmee een rijke inspiratiebron. Inspirerende kunstenaars vind ik onder meer Pablo Picasso, Antonio Gaudi, Leonardo da Vinci, Berlage en Keri Smith. Zie ook: Museum.
  56. Leegte. Door zaken te verwijderen of weg te laten, schep je ruimte – al dan niet letterlijk – voor nieuwe ideeën.
  57. Lijstjes. Door het maken van lijstjes kom je op nieuwe ideeën.
  58. Luisteren. Doe minstens 15 minuten je ogen dicht en richt je op je gehoor, reuk, tast, smaak en evenwichtsgevoel. Wat hoor je? Hoe ruikt het? Hoe is de temperatuur? Schakel over op een ander zintuig om de wereld in je op te nemen. Luister naar alle geluiden op kantoor, in een leeg huis of in een drukke kantine. Als je je ogen weer open wilt doen, heb je waarschijnlijk een nieuwe ingeving gekregen.
  59. Logboek of dagboek. Onontbeerlijk gereedschap voor een ideeënmaker. Je hoeft er niet elke dag in te schrijven, maar enige regelmaat is wel handig. Door je aantekeningen terug te lezen, zie je vaak nieuwe dwarsverbanden.
  60. Magische plekken. In de natuur zijn veel plekken te ontdekken, die je kunnen inspireren.  Dat kan een open plek in het bos zijn of het strand, maar ook het dak van een hoog gebouw of een markante plek uit de geschiedenis. Met hulpmiddelen kun je magische momenten creëren, die je helpen om bijzondere invallen te beleven.
  61. Materialen. Inkt, karton, plakband, purschuim, plexiglas, speciale pennen: uiteenlopende materialen die je op ideeën kunnen brengen voor nieuwe gebruiksmogelijkheden.
  62. Meditatie.Creëer rust. Sommige mensen hebben baat bij bidden, meditatie of een andere manier om het hoofd leeg te maken. Mediteren stimuleert bovendien de samenwerking tussen de rechter- en linkerhersenhelft en daarmee de creativiteit. Zie ook: Afzondering. 
  63. Mengsel. Meng allerlei dingen door elkaar, zoals een kind taartjes maakt met water, stokjes en bladeren in de zandbak. Maak zinnen half af en koppel ze met elkaar. 
  64. Mindmap. Met een mindmap orden je je gedachten op een visuele manier en hak je een onderwerp in kleine stukjes.  Een kleiner onderdeel is gemakkelijker te overzien dan een groot project. Door je gedachten op deze manier op papier te zetten, zie je nieuwe verbindingen en ontbrekende schakels. Zie ook: Moodboard
  65. Minivakantie. Gedraag je als een toerist in je eigen omgeving. Maak een wandeling met een gids door je woonplaats. Bezoek een nieuw koffiehuis. Ga picknicken bij een waterpartij of in het bos en doe alsof het vakantie is. Ga naar het museum in je eigen stad of dorp. Bezoek het strand tussen andere afspraken door op een doordeweekse dag. Breek de routine voor een uurtje of twee en kom terug met frisse ideeën. Zie ook: Strand.
  66. Moodboard. Een moodboard is een visualisatie van een concept, idee, droom of gevoel. Hierbij haal je idee, concept of droom naar boven en bedenk je welke emoties, kleuren of vormen daarbij horen. Vervolgens plak je op een stuk karton of groot vel papier diverse plaatjes, foto’s en stukken gekleurd papier, die dat gevoel of dat beeld laten zien. Je staat niet te lang stil bij het waarom van een bepaald plaatje, maar je volgt je gevoel. Dikke kans dat een sluimerend idee hierdoor nieuwe impulsen krijgt en krachtiger wordt. Zie ook: Mindmap.
  67. Museum. Kunstwerken brengen je in aanraking met andere ideeën. Je leert met andere ogen te kijken. Of je ziet in een museum dat iets vreemds of simpels ook een interessant idee kan zijn. Zie ook: Kunst.
  68. Muze. Een vrouw – en slechts zelden een man – die de scheppingsdrang bij kunstenaars aanwakkert.
  69. Muziek. Muziek brengt je in een andere stemming en zet je daarmee op een ander denkspoor. Muziek kan je bovendien op sleeptouw nemen, zodat je in hogere sferen terecht komt.
  70. Notitieboekje. De pocketmuze, die je altijd bij je draagt. Zie ook: Logboek.
  71. Onverwachte dingen. Toevallige gebeurtenissen, onverwachte ontmoetingen of verrassende vondsten zetten je op hele nieuwe denksporen. Verras jezelf met iets onverwachts. Zie ook: Toeval.
  72. Ommetje. Maak een dagelijkse wandeling en laat iemand met je meelopen. Zie ook: IJsberen.
  73. Omkering. Kom op nieuwe ideeën door bestaande regels om te keren. Zie ook: Regels.
  74. Opruimen. “Scheppen is scheiden en daarom is opruimen creatief”, zei Joop den Uyl.
  75. Paradoxen. Schijnbare tegenstellingen laten je met een andere blik naar de wereld kijken. Zoals de zin ‘Ik sluit mijn ogen om te kunnen zien’ van schilder Paul Gauguin.
  76. Patronen en structuren. Vormen in de natuur, bijvoorbeeld een wirwar van wortels of knoestige takken tegen de blauwe lucht zijn mooi om te fotograferen. Ze vormen vaak een intrigerend ritme. “De hele wereld om ons heen bestaat uit patronen; als je die ziet is het alsof je naar de wereld kijkt door een prisma of een caleidoscoop”, zegt de Ierse patronenontwerpster Orla Kiely. Zie ook: Fotografie.
  77. Planten. Zorg voor veel planten en verse bloemen, kunstwerken en versiering. Mensen in een aangeklede kantoorruimte met planten hebben een lagere bloeddruk dan mensen in een kale kantoorruimte, zo hebben wetenschappers uitgevonden. Het zorgt voor daling van het cortisolniveau, waardoor mensen zich vrolijker voelen en zich beter kunnen concentreren.
  78. Pippi is een rijke inspiratiebron, omdat zij op een verfrissende manier tegen alledaagse kwesties aan kijkt. Zie ook: Buurman en Buurman.
  79. Regels. Verzin je eigen regel en ga aan de hand daarvan aan de slag. De schilder Piet Mondriaan beperkte zichzelf tot rechte lijnen en primaire kleuren. Sofie Cerutti schrijft gedichten die precies 160 tekens tellen, gebaseerd op de maximale lengte van een sms’je.
  80. Reizen. Het ontdekken van nieuwe plekken, mensen en gewoonten is een enorme inspiratiebron. Dat kan ook door te reizen in je verbeelding.
  81. Routes. Met creatieve routeplanners kom je op onverwachte plaatsen. Zie ook: Toeval.
  82. Schrijven. Heb je een vraag waar je niet uitkomt? Schrijf de vraag op een briefje. Op een bepaald moment krijg je een inval met het antwoord.
  83. Spieken. Afkijken in de natuur of bij anderen brengt nieuwe ideeënstromen op gang. 
  84. Sporen. Leg sporen vast, zoals voetstappen in de sneeuw of de afdrukken van dierenpoten. Die vertellen een verhaal over onbekende gebruikers, ongenode gasten of vreemde bezoekers en prikkelen je verbeeldingskracht.
  85. Starten. Gewoon beginnen. Kunstenaars gaan vaak niet van start met een vast omlijnd idee, maar hun creatie ontstaat terwijl ze bezig zijn. Zie ook: Aanrommelen. Straatleven. Wie gaat straatjutten, vindt inspiratiebronnen in zijn dagelijkse leefomgeving. Zie ook: Borden.
  86. Strand. Op het strand of op een andere plek met veel ruimte maak je je hoofd leeg en krijg je nieuwe ideeën. Ook kun je natuurlijk op het strand gaan strandjutten: kijk of je interessante aangespoelde voorwerpen vind. Brengen ze je op een idee? Kun je er iets nieuws mee maken? Zie ook: Afzondering.
  87. Taalgebruik. Nieuwe woorden, vreemde woorden, vaagtaal, poëzie en snoepwoorden bieden nieuwe aanknopingspunten. Verzamel bijvoorbeeld bijzondere woorden op die alleen in kleine kring bekend zijn. Schrijf ze op met hun betekenis en ontstaanshistorie. Zie ook: Verzameling.
  88. Tegenvallers. Tegenvallers als ontslag, een staking, een ontbrekend onderdeel voor jouw apparaat of ziekte dwingen je om na te denken over andere mogelijkheden. Als je een been breekt, bekijk je de wereld vanuit een ander perspectief.
  89. Tekenen. Als je een idee hebt waar je niet verder mee komt, probeer het dan eens te tekenen. Grote kans dat het je op nieuwe gedachten brengt. Zie ook: Droedelen.
  90. Toeval. Zet het toeval in om op nieuwe ideeën te komen en om een tunnelvisie te voorkomen. Zet daarvoor vaker een dobbelsteen in. Bezoek een willekeurige website. Of sla het woordenboek open en prik een woord.Componist John Cage gooide met dobbelstenen om zijn composities te bepalen.
  91. Trends. Trends zie je om je heen of spot je op internet.
  92. Twitter.Voor blogs, informatie en het uitwisselen van kennis en ideeën.
  93. Verdubbeling. Met verdubbeling van je onderwerp of thema kun je op nieuwe gedachten of ideeën komen. Hetzelfde geldt voor verdraaiingen, vervoegingen, vergrotingen, verkleiningen, versimpelingen of andere veranderingen. Zie ook: Omkering.
  94. Verhalen om ons heen. Als je er alert op bent, hoor je ze overal. Schrijf ze op in een apart notitieboek en bewaar ze voor later gebruik. Zie ook: Dialogen.
  95. Verveling. Uit momenten van verveling ontstaan nieuwe producten.
  96. Verzameling. Wie een verzameling aanlegt, ziet nieuwe verbindingen en dwarsverbanden en kijkt met een ander oog naar de wereld om hem heen.Zie ook: Lijstjes.
  97. Vragen stellen is een manier om de wereld om je heen telkens opnieuw met verwondering te bekijken. Zie ook: Wondervraag.
  98. Vrienden. Door te praten met goede vrienden kom je op nieuwe ideeën. Zie ook: Andere mensen.
  99. Vorm. Verander van vorm als je vastzit. Vertel je verhaal in de vorm van een dialoog of een gebruiksaanwijzing. Schrijf je mail als een gedicht of gebruik een plaatje.
  100. Waarom. Neem een beginvraag en vraag jezelf af ‘waarom?’ Op het antwoord volgt opnieuw de vraag: ‘waarom?’ Ga daar net zo lang mee door totdat je niets meer te antwoorden hebt. Dit dwingt je om het vraagstuk af te pellen en  stap voor stap ruimte te maken voor nieuwe oplossingen. Zie ook: Vragen.
  101. Wachtmomenten. Spits je oren als je op een tochtig perron staat te wachten of in een volle wachtkamer zit. Kunstenares Simone de Jong verzamelt hier haar ‘terloopse zinnen’.
  102. Werkplek. Als je thuis werkt, ga eens naar een koffiehuis, een restaurant of de bibliotheek. Of als je op kantoor werkt, ga dan eens thuis werken. De verandering van omgeving kan je horizon verbreden.
  103. Wolken. De gedaanten van wolken zijn voortdurend in verandering en zijn daarmee een aantrekkelijke inspiratiebron voor weermannen, kunstenaars en filmmakers.
  104. Wondervraag. Als je jezelf de Wondervraag stelt, doe je een beroep op je verbeeldingskracht. Zo kun je tot fantastische inzichten komen. Zie ook: Vragen stellen.
  105. IJsberen. Krijg inspiratie door rondjes te lopen. Zie ook: Ommetje.
  106. Zon. De zon brengt je gemakkelijk in een lichtere en meer ontvankelijke stemming, waardoor je nieuwe inspiratie krijgt.

Bronvermelding: Deze lijst komt van www.verhaallijnen.nl en is samengesteld door Sigrid van Iersel. Heb je tips of aanvullingen? Laat het horen!

Sigrid van Iersel schrijft regelmatig gastblogs in DeInspiratiekamer.

Creatieve luiheid: Te lui om je oordeel uit te zetten…

Oordeel jij snel? En heb jij snel je mening klaar over ideeën van anderen of van jezelf? Merk je dat je jezelf hierdoor wel eens belemmeren kan bij je creativiteit?

Oordelen lijkt wel een soort van tweede natuur bij ons, een automatisme. We beoordelen, en erger veroordelen, heel snel. We bepalen snel of we voor of tegen iets zijn. Of we iets goed of slecht vinden.

Door snel een mening te vormen, neem je gelijk een standpunt in. En zo’n standpunt, of mening, ga je vaak weer onderbouwen als je die naar anderen uitspreekt. Je neemt daarmee een positie in en je legt jezelf daar min of meer mee vast. Onze geest gaat daarnaast flink op zoek naar bewijzen om onze mening te bevestigen.  Vaak zonder dat je het door hebt, bekijk je alles door een door jou zelf opgezette bril en perspectief, waardoor je nog maar moeilijk open en flexibel kan denken.

Niet echt bevordelijk voor je creatieve proces…

Zeker als je op zoek bent naar meer mogelijke oplossingen, ideeën,  of nieuwe kansen, is snel oordelen over een idee of bedachte oplossing niet echt handig. Bij brainstormen is makkelijk associeren belangrijk en door steeds snel voor of tegen iets te zijn, blokkeer je de associatiestromen die je juist dan goed kan gebruiken.

Het wordt dan moeilijk om nieuwe invalshoeken te vinden en buiten ons vastgezette idee en mening te denken. Ook luister je in een ideeënsessie dan vaak slecht of helemaal niet naar anderen, waardoor een associatie op een idee van een ander gewoon domweg niet gebeurd. En als dit wel gebeurd, dan heeft het vaak toch weer een link met je eigen ideeën. Dan is het een aanvulling daarop of het bevestigt je eigen richting. We laten ons brein hierin lekker zijn gang gaan, zonder er bewust tegenin te gaan. Lekker makkelijk immers…

Ik noem dit onze ‘creatieve luiheid’. . . Onze geest is eigenlijk heel lui. Ik bedoel hiermee dat ons vaste denken in patronen, dat we veelal zonder te onderzoeken toelaten, ons gewoonweg een stuk minder actief maakt…

Ideeënfase

Om deze ‘creatief luiheid’ tegen te gaan, is het in een creatieve proces belangrijk dat je zorgt voor een ‘oordeelvrije ruimte’. Dat is noodzakelijk in de fase dat je op zoek bent naar meer ideeën. In deze fase laat je je snelle oordeel dan heel bewust niet toe. Je geeft je je geest de ruimte verder te denken dan wat je normaal zou doen.
Je staat in deze fase open om vanuit andere perspectieven te denken en doet daarmee juist bewust (tijdelijk) afstand van je oordeel. Vele specifieke creatieve denktechnieken kunnen hierbij helpen en de ideeënstroom activeren. De bewuste houding is echter de basis. Zonder dat weet je zeker dat je veel mogelijke ideeën gewoon domweg niet zult krijgen.

 

Wil jij leren hoe je je oordeel uit kan stellen in het creatieve proces? En ervaren welke verschillende creatieve denktechnieken jou hierbij kunnen helpen? Vanuit DeInspiratiekamer faciliteren we creatieve processen, waarin je creatieve denktechnieken leert gebruiken. Natuurlijk passen we dit gelijk toe op bestaande vraagstellingen, die voor jou, je team of je organisatie belangrijk zijn.

Neem contact met ons op over de faciliteringsmogelijkheden voor ons programma ‘Van vraag naar concept’ of voor trainingen & workshops die ingaan op het ontwikkelen van een creatieve houding.