Waarom incubatietijd belangrijk is.

In het creatieve proces is incubatietijd een belangrijke factor. Wat is dat? En waarom is het zo belangrijk?

Als mensen ideeën hebben verzonnen gaan ze vaak gelijk hard aan de slag met deze ideeën. Niets mis mee, maar het kan echter verstandig zijn om de ideeën eerst enkele dagen te laten bezinken en paar dagen later verder te gaan. Dit wordt incubatietijd of ‘broeitijd’ genoemd. Dit laatste is een erg passende naam. Je laat immers zaken verder broeien, nadat je het vuurtje flink hebt opgestookt. Creativiteit laat zich niet opjutten. Het heeft tijd nodig. Incubatietijd is een essentieel onderdeel van het creatieve proces.

Incubatie, loslaten en ontspannen is zeer waardevol om tot oplossingen te komen. Door de ideeën nog even te laten rijpen en te laten gisten, kom je vaak nog op echt nieuwe invalshoeken. Het zal de kwaliteit van de ideeën alleen maar ten goede komen.

De eerste ideeën zijn goed, maar de ideeën die na een korte incubatieperiode opkomen zijn soms nog beter. Zeker is dat een broeitijd de ideeën, die je al had, verder zullen versterken. Doordat je in rust gefocused bent op de vragen waar je antwoorden en ideeën voor wilt hebben, gaat je onbewuste verder met het creatieve proces.

Heb je de eerste ideeënfase gehad en zijn je ideeën uitgeput, laat ze dan rusten, leg ze opzij, ga iets anders doen. Neem een pauze, ga lekker sporten (fysieke inspanning zorgt voor mentale ontspanning), zorg dat je in andere omgevingen komt, maak een goede wandeling, slaap er paar nachtjes over, ga relaxen, etc. Zodoende laat je je onderbewuste het proces afmaken. Je neemt fysiek maar ook mentaal afstand.

Als je bijvoorbeeld een stevige brainstorm hebt gedaan met bijvoorbeeld een paar anderen, kom dat 4 of 5 dagen (dit is optimale incubatieperiode) later weer bij elkaar. Kijk dan wat iedereen toe kan voegen en ga dan pas verder met het concreet ontwikkelen van de ideeën en de verdere stappen die gezet moeten worden om de ideeën te realiseren.

Probeer het maar eens uit. Ik weet zeker dat het je veel op kan leveren!
Maak ruimte in je hoofd, waardoor er weer iets nieuws naar binnen kan…

Leid jij aan vorm van creatieve luiheid?

Oordeel jij snel? En heb jij snel je mening klaar over ideeën van anderen of van jezelf? Heb je door dat je hiermee jezelf wel eens zou kunnen belemmeren bij je creativiteit? Dat je wellicht aan creatieve luiheid leidt?

Oordelen lijkt wel een soort van tweede natuur bij ons, een automatisme. We beoordelen, en erger veroordelen, heel snel. We bepalen snel of we voor of tegen iets zijn. Of we iets goed of slecht vinden.

Door snel een mening te vormen, neem je gelijk een standpunt in. En zo’n standpunt, of mening, ga je vaak weer onderbouwen als je die naar anderen uitspreekt. Je neemt daarmee een positie in en je legt jezelf daar min of meer mee vast. Onze geest gaat daarnaast flink op zoek naar bewijzen om onze mening te bevestigen.

Zonder dat je het vaak door hebt, bekijk je veel door een door jou zelf opgezette bril en perspectief, waardoor je nog maar moeilijk creatief, open en in andere richtingen kan denkenDeCreatiekamer

Niet echt bevordelijk voor je creatieve proces…

Zeker als je op zoek bent naar meer mogelijke oplossingen, ideeën,  of nieuwe kansen, is snel oordelen over een idee of bedachte oplossing niet echt handig. Bij brainstormen bijvoorbeeld is makkelijk associeren belangrijk en door steeds snel voor of tegen iets te zijn, blokkeer je de associatiestromen die je juist dan goed kan gebruiken.

Het wordt dan moeilijk om nieuwe invalshoeken te vinden en buiten ons vastgezette idee en mening te denken. Ook luister je in een ideeënsessie dan vaak slecht of helemaal niet naar anderen, waardoor een associatie op een idee van een ander gewoon domweg niet gebeurd. En als dit wel gebeurd, dan heeft het vaak toch weer een link met je eigen ideeën. Dan is het een aanvulling daarop of het bevestigt je eigen richting. We laten ons brein hierin zijn gang gaan, zonder er bewust tegenin te gaan. Lekker makkelijk immers…

Ik noem dit onze ‘creatieve luiheid’. Ons brein is eigenlijk heel lui. Ik bedoel hiermee dat ons vaste denken in patronen, dat we veelal zonder te onderzoeken toelaten, ons brein gewoonweg een stuk minder actief maakt. Een automatisch ‘ik vind het wel goed zo-gedrag’ of een ‘zo min mogelijk jezelf uitdagen-gedrag’  dus.

Creativiteit is geen talent. Het is een manier van werken. John Cleese

Ideeënfase en oordeelloze ruimte

Om deze ‘creatief luiheid’ tegen te gaan, is het in een creatieve proces belangrijk dat je zorgt voor ‘oordeelvrije ruimten’. Dat is noodzakelijk in de fase dat je op zoek bent naar meer ideeën. In deze fase laat je je snelle oordeel dan heel bewust niet toe. Je geeft je je geest de ruimte verder te denken dan wat je normaal zou doen.
Je staat in deze fase open om vanuit andere perspectieven te denken en doet daarmee juist bewust (tijdelijk) afstand van je oordeel. Vele specifieke creatieve denktechnieken kunnen hierbij helpen en de ideeënstroom activeren. De bewuste houding is echter de basis. Zonder dat weet je zeker dat je veel mogelijke ideeën gewoon domweg niet zult krijgen.

 


 

Wil jij leren hoe je je oordeel uit kan stellen in het creatieve proces? Wil jij creatieve denktechnieken aanleren en ervaren hoe dit je helpt creatiever te denken en tot meer ideeën en mogelijkheden te komen?

Vanuit DeCreatiekamer faciliteren wij creatieve processen en ideationsessies, terwijl je tegelijkertijd creatieve denktechnieken leert gebruiken, patronen gaat doorbreken en een creatieve houding ontwikkelt.

Natuurlijk pas je dit toe op bestaande vraagstellingen vanuit jouw praktijk, die voor jou, je team of je organisatie aan de orde zijn.

Neem contact met ons op over de faciliteringsmogelijkheden.

6 manieren om je ideeën niet te laten verdwijnen.

Ideeën, ideeën, ideeën…

Bijna alle mensen lopen met ideeën rond. Veel mensen denken in mogelijkheden en kansen, kunnen onlogische verbanden leggen en daardoor nieuwe inzichten naar boven laten ‘poppen’. Zij verzinnen ideeën om nieuwe dingen te doen, zaken anders aan te pakken, beter, goedkoper of passend bij de trends & ontwikkelingen.

Mensen met ideeën vind je overal: Van de wilde creatieve denker, die marktgerichte initiatieven ontplooid, tot de meer beschouwende persoon, die wellicht meer de uitdaging vindt in het innoveren van processen.

Het is echter vaak niet zo makkelijk om ook daadwerkelijk je ideeën werkelijkheid te laten worden. Een idee is één, maar het realiseren is twee. Daar bewust van zijn, hier anders tegenaan kijken en zaken iets anders aanpakken, kan al snel helpen. De onderstaande 6 punten kunnen je helpen je ideeën realiteit te maken.

“Om een idee te realiseren is het onderzoeken van je eigen gedragspatronen en het managen van je omgeving vaak noodzakelijk”

1. Betrek anderen bij je idee.

Om een idee te realiseren heb je anderen nodig. Jij hebt je doel, maar om dat te bereiken, zul je veelal anderen nodig hebben om die te bereiken. Als de organisatie je de ruimte, geld, tijd of ruggesteun niet geeft om met je idee aan de slag te gaan, krijg je deze normaal gesproken niet gerealiseerd.

Je zal dus veel energie moeten steken in anderen meekrijgen. De zogenaamde ‘change matrix’ kan je hierbij helpen.

Hierin zet je voor jezelf op een rij wie de beslissers zijn, wie de ambassadeurs zijn die je nodig hebt, wie de informele leiders zijn met veel invloed, wie meer uitvoerend betrokken zullen gaan worden, etc..

Bedenk dan wat je moet doen om al deze mensen, op een bij hun passende manier, te vertellen over je idee. Voor iedereen kan dit op een andere manier zijn.

Het is dus belangrijk dat je veel aandacht besteed aan je netwerk. Hiermee kan je draagvlak bevorderen en je invloed vergroten. Dat je daarbij authentiek blijft is misschien wel het belangrijkste. Je timing en manier van communiceren kan je echter wel aanpassen aan de verschillende ‘stakeholders rondom’ je idee.

2. Hou er rekening mee dat jouw idee op het moment (nog) niet aansluit bij referentiekader van de ander.

Iedereen heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen ‘beeld’ van de werkelijkheid. Het kan daarom goed dat jouw idee daar niet bij aansluit. Ook kan het zijn dat anderen eigen ideëen hebben en daardoor niet open staan voor ideëen van anderen, die van jou bijvoorbeeld. Er is dan meer nodig om anderen mee te krijgen, te overtuigen of jouw idee te gaan ondersteunen. Je hebt ze immers wel nodig (zie vorige punt)!

Wat helpt is om veel vragen te stellen (‘De kracht van vragen stellen’) en daardoor te achterhalen waar anderen aan denken, wat zij belangrijk vinden en hun ideeën te laten vertellen. Jij kan daarna proberen daarbij aan te sluiten en zodoende in ieder geval te bereiken dat ze beter naar je luisteren en meer ‘open’ staan voor jouw verhaal.

Timing is belangrijk. Niet alleen de timing in een gesprek, zoals hierboven besproken, maar ook de timing van wanneer je dat gesprek voert. Een beetje je ‘politieke’ gevoel hiervoor ontwikkelen dus.

3. Laat je door de zogenaamde ‘ideakillers’ niet demotiveren.

Anderen reageren vaak sceptisch op een idee of doen je idee af met woorden als: “Mooi bedacht, maar hier hebben we geen tijd voor”, “Hebben we al vaker geprobeerd”, “We moeten ons op primair proces richten, daar past dit niet bij”, “Daar is nu geen geld voor”, etc, etc…

Je kent deze zogenaamde ‘ideakillers’ vast wel. Het gekke is dat jouw idee voor jou daardoor minder sterk kan gaan lijken als je eerst dacht. Je gaat hun als het ware een beetje geloven en geeft het op. Je idee verdwijnt uit je gedachten of gaat in ieder geval naar de achtergrond.

Hiervan bewust zijn, kan je helpen door te zetten. Veel mensen hebben nu eenmaal de neiging op dergelijke manieren te reageren. De zogenaamde ‘Ja, maar-mensen‘. Die zijn er altijd! Zie dit als een gegeven waar je niet van hoeft terug te deinzen. Laat het je juist motiveren om deze mensen ook mee te krijgen met je idee. Probeer ze in een andere modus te krijgen.

Probeer eerst aan te sluiten bij hun behoeften, bijvoorbeeld die van de drang naar zekerheden, of bij hun angsten, bijvoorbeeld die van de controle te verliezen.

Overigens komen deze behoeften en angsten vaak natuurlijk helemaal niet in gevaar en gooit jouw idee helemaal niet zo veel overhoop als men jou laat denken door de hele rits aan ‘ideakillers’ die er zijn..

4. 70% is ook genoeg om het klaar te laten zijn voor het publiek. Soms zelfs 30%!

Ook kan je zelf de oorzaak zijn van het niet realiseren van je idee. Je komt niet (genoeg) in actie. Eén van de redenen hiervan kan zijn dat je steeds weer je ideëen aanpast en dat je vind dat ze nog niet voor publieke oren geschikt zijn.

Geloven in de basis van je idee is genoeg om je idee in de week te leggen bij anderen. Zeventig procent je idee hebben uitgewerkt, of misschien wel minder is genoeg om bij anderen al een eerste ‘pitch’ te houden.
Ik vind zelfs dat je al eerder over je idee kan gaan praten bij verschillende ‘stakeholders’ rondom je idee. Anderen kunnen immers waardevolle vragen stellen of aanvullingen en inzichten geven, waardoor het idee verder verrijkt zal worden. Het in jou hoofd alleen maar aan het idee werken, kan ervoor zorgen dat het nooit ‘af’ is.

Daarnaast kunnen anderen je door hun positieve reacties motiveren met je idee verder te gaan en gaan zij je wellicht helpen om bijvoorbeeld meer draagvlak in je omgeving te krijgen. Misschien zelfs wel bij mensen die je nodig hebt buiten je eigen invloedssfeer, waardoor de kans van realisatie groter wordt.

5. Hou het simpel, maak het niet te groot, waardoor je basisidee niet ineens in de prullenbak is verdwenen.

Wees je bewust dat eenvoudig te realiseren ideeën kunnen verdwijnen door ze steeds groter te maken. Je kan van het ene idee in het andere idee komen. Dat is goed natuurlijk in de fase dat je dit toelaat en waardoor je ideeën steeds beter passen bij de vraag of uitdaging waar je antwoord op geeft.

Je moet echter wel en keer stoppen, keuzes maken en aan de slag. Wees je hiervan bewust! Je hebt namelijk de kans dat je hierdoor wellicht hele goede ideeën in de ‘prullenbak’ gooit, die misschien wel makkelijker te realiseren zijn als je het eenvoudig had gehouden.

6. Maak het één van je prioriteiten!

Andere prioriteiten beheersen vaak je dag, waardoor je een goed idee wellicht toch steeds minder aandacht geeft. Een idee is als een zaadje. Het klinkt cliché, maar wel waar. Je moet het met liefde verzorgen, aandacht geven, samen met anderen water gaan geven. Als je dat op een gegeven moment minder of niet meer doet, gaat het plantje slap hangen… je idee sterft of moet een zware winter of droge zomer overleven.

| Dit artikel is eerder verschenen in DeInspiratiekamer (red). |

2018… De CV van je dromen…

Een CV schrijf je altijd over je ervaringen en dingen die je in je verleden (goed) hebt gedaan of trots op bent. Deze stuur je dan naar iemand anders…

Nu je op de valreep van 2018 staat, kijk je ook terug, maar dan voor jezelf en naar de ervaringen en momenten die je hebben ontroerd, die je bijgebleven zijn, niet leuk waren of juist fantastisch. En natuurlijk de ervaringen waar je sterker van bent geworden, door gegroeid bent.

Al deze herinneringen neem je mee als je vooruit kijkt naar het nieuwe jaar. Als je je dromen weer de revue laat passeren en op kan schrijven in de ‘CV van je Dromen’. Een CV voor je toekomst in plaats van over je verleden. Het opschrijven van je dromen en de dingen die je wilt gaan doen in de nabije toekomst,  geeft je inspratie voor de toekomst en laat je prioriteiten stellen voor jou!.

`Er zijn nu eenmaal wensen die niet kunnen wachten`

En heb je dromen, of schieten je voornemens te binnen, waar je jarenlang steeds weer over nadenkt? Ideeën die je steeds wegdrukt omdat ze niet realiseerbaar lijken? Dromen of wensen die je jezelf uit je kindertijd of jonge jaren kunt herinneren?

Neem eens even rust… denk aan twee, drie of misschien wel zeven dingen die je graag zou willen doen. Je weet ze echt wel, schrijf ze gewoon op.

Dingen die je interesseren of die je nieuwe mogelijkheden bieden. Misschien is dat wel dat ene boek dat je al lang eens wilde lezen, die bepaalde theatercursus of die reis naar de plek waar je altijd al een keer heen wilde. Die ‘verloren’ vriendschap weer oppakken of de keus te maken professioneel iets anders te gaan doen. En als je dan toch in die ‘CV van je Dromen’ aan het schrijven bent, zet er dan zoveel als mogelijk data bij. In onze tijd is het plannen van de meest simpele dromen soms gewoon domweg noodzakelijk… Ja, je leest het goed: ‘Plannen van je dromen’, want…

`Als je geen plan hebt voor je eigen dromen, wordt je ingezet in de dromen van anderen`

Niet altijd erg natuurlijk… maar die dromen van jou wachten wel om uit te komen!
Ik wens het je toe!
PROOST!

De vernieuwing en het avontuur komt op je af via het perspectief van de ander.

In ons leven kunnen we dagelijks geconfronteerd worden met ‘afwijzing’ en een stroom van ‘nee’ die onze kant op komt.

Maar zeg nu zelf, laten wij zelf ook niet veel ‘nee’ de andere kant op gaan… En veel meer dan we beseffen.

In brainstormsessies, improvisatietheater en de vele vormen van communicatietraining, worden mensen geleerd en aangeraden deze “Nee” te veranderen in een “Ja, en …”. Een basisvaardigheid en een voorwaarde voor effectieve ideeënsessies,  echt contact maken met anderen of bij improvisatie.

In het laatste geval heeft het “Ja”zeggen een duidelijke link met het belangrijkste principe van improvisatietheater: dat wat van de ander (tegenspeler) naar je toekomt, neem je dankbaar aan en daar stem je op af. Je verlaat je eigen perspectief ten gunste van de ander . Voor goed improvisatietheater moeten we goed kijken en luisteren naar wat de ander ons aanbiedt. Immers met dat aanbod gaan we verder in het spel. Zo kunnen we doorbouwen en tot ideeën en nieuw spel komen.

En dat is moeilijk! Echt luisteren en afstemmen op alleen datgene wat de ander aanbiedt. Een tijd geleden was ik uitgenodigd bij een talk van Karl Raats waarin stil stond bij de zogenaamde 3-seconden mensen en de 10-seconden mensen. Mensen die binnen 3 seconden reageren op de ander en wat er gezegd wordt, tegenover mensen die dit pas na 10 seconden doen. De 3-seconden mensen lijken in eerste instantie alerter, aanweziger, meer betrokken en intelligenter. De 10-seconden mensen daarintegen afwezig, in zichzelf gekeerd en minder betrokken. Maar is dat wel zo? Wie luistert er beter, wie stemt beter af op datgene wat de ander zegt? Maar vooral wie laat meer toe van de ander in zichzelf?

Ik kan niet wetenschappelijk aangeven of de 3-seconden mensen of de 10-seconden mensen het beste op de ander afstemmen. De kans echter dat de 3-seconde mens te snel reageert en niet goed heeft geluisterd, lijkt mij wel vele malen groter. En in de regel zal het snel reageren het echt opnemen van wat de ander zegt niet bevorderen. Wellicht dus toch niet zo betrokken tot de ander en intelligent?

In ieder geval mis je hierdoor heel veel kansen en de mogelijkheden om elkaar te versterken, verder te bouwen en de vernieuwing te zien die voor het grijpen ligt! De vernieuwing en het avontuur dat op je af komt via het perspectief van de ander. Je eigen perspectief geeft je immers meer van hetzelfde.

“Ja” zeggen tegen de ander in plaats van afwijzen. Dat is een kunst. Misschien wel een levenskunst, want jezelf dit leren kost je wellicht een heel leven…

 

~ Er zijn mensen die liever “ja” zeggen en mensen die liever “nee” zeggen. Diegene die “ja” zeggen, worden beloond met de avonturen die ze beleven. Diegene die “nee” zeggen met de veiligheid die ze creëren ~