6 manieren om je ideeën niet te laten verdwijnen.

Ideeën, ideeën, ideeën…

Bijna alle mensen lopen met ideeën rond. Veel mensen denken in mogelijkheden en kansen, kunnen onlogische verbanden leggen en daardoor nieuwe inzichten naar boven laten ‘poppen’. Zij verzinnen ideeën om nieuwe dingen te doen, zaken anders aan te pakken, beter, goedkoper of passend bij de trends & ontwikkelingen.

Mensen met ideeën vind je overal: Van de wilde creatieve denker, die marktgerichte initiatieven ontplooid, tot de meer beschouwende persoon, die wellicht meer de uitdaging vindt in het innoveren van processen.

Het is echter vaak niet zo makkelijk om ook daadwerkelijk je ideeën werkelijkheid te laten worden. Een idee is één, maar het realiseren is twee. Daar bewust van zijn, hier anders tegenaan kijken en zaken iets anders aanpakken, kan al snel helpen. De onderstaande 6 punten kunnen je helpen je ideeën realiteit te maken.

“Om een idee te realiseren is het onderzoeken van je eigen gedragspatronen en het managen van je omgeving vaak noodzakelijk”

1. Betrek anderen bij je idee.

Om een idee te realiseren heb je anderen nodig. Jij hebt je doel, maar om dat te bereiken, zul je veelal anderen nodig hebben om die te bereiken. Als de organisatie je de ruimte, geld, tijd of ruggesteun niet geeft om met je idee aan de slag te gaan, krijg je deze normaal gesproken niet gerealiseerd.

Je zal dus veel energie moeten steken in anderen meekrijgen. De zogenaamde ‘change matrix’ kan je hierbij helpen.

Hierin zet je voor jezelf op een rij wie de beslissers zijn, wie de ambassadeurs zijn die je nodig hebt, wie de informele leiders zijn met veel invloed, wie meer uitvoerend betrokken zullen gaan worden, etc..

Bedenk dan wat je moet doen om al deze mensen, op een bij hun passende manier, te vertellen over je idee. Voor iedereen kan dit op een andere manier zijn.

Het is dus belangrijk dat je veel aandacht besteed aan je netwerk. Hiermee kan je draagvlak bevorderen en je invloed vergroten. Dat je daarbij authentiek blijft is misschien wel het belangrijkste. Je timing en manier van communiceren kan je echter wel aanpassen aan de verschillende ‘stakeholders rondom’ je idee.

2. Hou er rekening mee dat jouw idee op het moment (nog) niet aansluit bij referentiekader van de ander.

Iedereen heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen ‘beeld’ van de werkelijkheid. Het kan daarom goed dat jouw idee daar niet bij aansluit. Ook kan het zijn dat anderen eigen ideëen hebben en daardoor niet open staan voor ideëen van anderen, die van jou bijvoorbeeld. Er is dan meer nodig om anderen mee te krijgen, te overtuigen of jouw idee te gaan ondersteunen. Je hebt ze immers wel nodig (zie vorige punt)!

Wat helpt is om veel vragen te stellen (‘De kracht van vragen stellen’) en daardoor te achterhalen waar anderen aan denken, wat zij belangrijk vinden en hun ideeën te laten vertellen. Jij kan daarna proberen daarbij aan te sluiten en zodoende in ieder geval te bereiken dat ze beter naar je luisteren en meer ‘open’ staan voor jouw verhaal.

Timing is belangrijk. Niet alleen de timing in een gesprek, zoals hierboven besproken, maar ook de timing van wanneer je dat gesprek voert. Een beetje je ‘politieke’ gevoel hiervoor ontwikkelen dus.

3. Laat je door de zogenaamde ‘ideakillers’ niet demotiveren.

Anderen reageren vaak sceptisch op een idee of doen je idee af met woorden als: “Mooi bedacht, maar hier hebben we geen tijd voor”, “Hebben we al vaker geprobeerd”, “We moeten ons op primair proces richten, daar past dit niet bij”, “Daar is nu geen geld voor”, etc, etc…

Je kent deze zogenaamde ‘ideakillers’ vast wel. Het gekke is dat jouw idee voor jou daardoor minder sterk kan gaan lijken als je eerst dacht. Je gaat hun als het ware een beetje geloven en geeft het op. Je idee verdwijnt uit je gedachten of gaat in ieder geval naar de achtergrond.

Hiervan bewust zijn, kan je helpen door te zetten. Veel mensen hebben nu eenmaal de neiging op dergelijke manieren te reageren. De zogenaamde ‘Ja, maar-mensen‘. Die zijn er altijd! Zie dit als een gegeven waar je niet van hoeft terug te deinzen. Laat het je juist motiveren om deze mensen ook mee te krijgen met je idee. Probeer ze in een andere modus te krijgen.

Probeer eerst aan te sluiten bij hun behoeften, bijvoorbeeld die van de drang naar zekerheden, of bij hun angsten, bijvoorbeeld die van de controle te verliezen.

Overigens komen deze behoeften en angsten vaak natuurlijk helemaal niet in gevaar en gooit jouw idee helemaal niet zo veel overhoop als men jou laat denken door de hele rits aan ‘ideakillers’ die er zijn..

4. 70% is ook genoeg om het klaar te laten zijn voor het publiek. Soms zelfs 30%!

Ook kan je zelf de oorzaak zijn van het niet realiseren van je idee. Je komt niet (genoeg) in actie. Eén van de redenen hiervan kan zijn dat je steeds weer je ideëen aanpast en dat je vind dat ze nog niet voor publieke oren geschikt zijn.

Geloven in de basis van je idee is genoeg om je idee in de week te leggen bij anderen. Zeventig procent je idee hebben uitgewerkt, of misschien wel minder is genoeg om bij anderen al een eerste ‘pitch’ te houden.
Ik vind zelfs dat je al eerder over je idee kan gaan praten bij verschillende ‘stakeholders’ rondom je idee. Anderen kunnen immers waardevolle vragen stellen of aanvullingen en inzichten geven, waardoor het idee verder verrijkt zal worden. Het in jou hoofd alleen maar aan het idee werken, kan ervoor zorgen dat het nooit ‘af’ is.

Daarnaast kunnen anderen je door hun positieve reacties motiveren met je idee verder te gaan en gaan zij je wellicht helpen om bijvoorbeeld meer draagvlak in je omgeving te krijgen. Misschien zelfs wel bij mensen die je nodig hebt buiten je eigen invloedssfeer, waardoor de kans van realisatie groter wordt.

5. Hou het simpel, maak het niet te groot, waardoor je basisidee niet ineens in de prullenbak is verdwenen.

Wees je bewust dat eenvoudig te realiseren ideeën kunnen verdwijnen door ze steeds groter te maken. Je kan van het ene idee in het andere idee komen. Dat is goed natuurlijk in de fase dat je dit toelaat en waardoor je ideeën steeds beter passen bij de vraag of uitdaging waar je antwoord op geeft.

Je moet echter wel en keer stoppen, keuzes maken en aan de slag. Wees je hiervan bewust! Je hebt namelijk de kans dat je hierdoor wellicht hele goede ideeën in de ‘prullenbak’ gooit, die misschien wel makkelijker te realiseren zijn als je het eenvoudig had gehouden.

6. Maak het één van je prioriteiten!

Andere prioriteiten beheersen vaak je dag, waardoor je een goed idee wellicht toch steeds minder aandacht geeft. Een idee is als een zaadje. Het klinkt cliché, maar wel waar. Je moet het met liefde verzorgen, aandacht geven, samen met anderen water gaan geven. Als je dat op een gegeven moment minder of niet meer doet, gaat het plantje slap hangen… je idee sterft of moet een zware winter of droge zomer overleven.

| Dit artikel is eerder verschenen in DeInspiratiekamer (red). |