Productief Denken

Ik heb een tijd geleden het geluk gehad met Tim Hurson te mogen werken. Vanuit Canada was hij naar Nederland overgekomen om eerst op TEDx Maastricht acte de presence te geven en daarna een 2-daagse training voor facilitators te verzorgen.

Soms ontmoet je weleens van die trainers die zo fijn, congruent, ervaren en in balans zijn, dat je van elke minuut geniet en alle oefeningen en kennis als vanzelf in je opzuigt. Tim Hurson is er zo een. Hij geniet met name bekendheid als schrijver van het boek ´Think Better’ en als ontwikkelaar van het Productive Thinking model.

“Creativity is dangerous: it threatens what is.
Stifling creativity is even more dangerous: it threatens what could be.” [Tim Hurson]

In zijn model, dat door de kinderlijke eenvoud zo effectief en krachtig is, zorgt de vorm en de volgorde van stappen als vanzelf voor creativiteit. Je gaat in zijn Productive Thinking model zes vastgestelde stappen door waarbij iedere stap is opgebouwd uit verschillende onderdelen en technieken. Het beantwoorden van vragen die bij de verschillende stappen horen doe je veelal in een divergentievorm van lijsten van antwoorden. Daarnaast is discussie en overleg in weer andere onderdelen essentieel. En dit alles is natuurlijk gericht op een van te voren vastgesteld (kern)probleem, verbeterwens, sales- of innovatievraagstuk. Als resultaat ligt daar in een relatieve korte tijd een realistisch uitgewerkt idee en/of oplosssing.

Hieronder een kort overzicht van de stappen:

Stap 1 – What’s Going On?

Door het beantwoorden van een vijftal vragen (met daarbij steeds meerdere hulpvragen) verken je in deze stap je hele onderwerp/vraagstelling op een zo breed mogelijke wijze.

Vragen die aan de orde komen zijn:
1. Wat is het probleem/vraagstelling?
2. Wat is de impact?
3. Wat is de informatie? Wat weet je en wat moet je nog te weten komen in relatie tot je vraag? De ‘KnoWonder’ is daarbij de krachtige simpele tool (die overigens voor zoveel is in te zetten).
4. Wie is er bij betrokken?
5. What is de visie en het zogenaamde ‘Target Future’?

Stap 2 – What’s Succes?

Het Target Future dat je in de eerste stap hebt ontwikkeld, werk je hier verder uit tot een concreet beeld van de gewenste situatie. Je legt een aantal succescriteria aan, waarmee je de later gevonde ideeën gaat beoordelen.
Wat je eerst doet, is je inbeelden hoe het is als je ‘Target Future’ bereikt is. Wat zal er anders zijn? Wat voel je? Wat denk je? Wat zie je? etc…
Daarna gebruik je de zogenaamde ‘DRIVE‘ tool, waarmee je specifieke, observeerbare succescriteria ontwikkeld. DRIVE staat hier voor: Do, Restructions, Investment, Values, Essential outcomes.

De uitkomst van deze stap zorgt ervoor dat je visie op wat je wilt bereiken zo helder is, dat het je de ‘drive’ geeft om het ook daadwerkelijk te willen bereiken.

Stap 3 – What’s the Question?

In deze centrale stap in het Productive Thinking model bepaal je de essentiële vragen die je moet beantwoorden om je ‘Target Future’ te bereiken. Hurson noemt dit de zogenaamde ‘Catalytic Questions’, omdat de antwoorden op deze vragen alles in beweging zetten als een ware catalysator.
Om de vragen te vinden, wordt elk probleem in relatie tot je centrale onderwerp omgezet in een vraag. Vanuit deze lijst worden dan de ‘catalytic questions’ gedestilleerd. De strategische sleutelvragen die, als je die beantwoordt, de potentie hebben je dichter bij je doel te brengen.

Stap 4 – Generate Answers

Dit is de ideeëngeneratie-fase. Je maakt in deze fase lange lijsten ideeën en antwoorden in relatie tot de ‘Catalytic Questions’. Daarna selecteer je de meest veelbelovende en intrigerende ideeën om verder uit te gaan werken. Let op de ideeën zijn nog geen oplossingen, maar meer een aanzet daartoe.

Stap 5 – Forge the Solution

De ideeën die je selecteert uit de vorige stap, ga je hier verder uitwerken. Je werkt ze uit in robuuste ideeën die ook de eerste ‘tests’ al kunnen doorstaan. Deze stap bestaat uit 2 onderdelen:

1. Bepaal het potentieel van de meest belovende ideeën uit stap 4 door ze te vergelijken met de succescriteria uit stap 2.

2. Na de keuze van het idee dat het best aansluit bij je succescriteria, ga je dit idee verder ontwikkelen. Test het, verbeter het, test het, etc, en creëer een steeds betere oplossing voor je (kern)probleem, verbeterwens, sales- of innovatievraagstuk.

Stap 6 – Align Resources

In deze laatste stap bepaal je alle acties en middelen die er nodig zijn om je uiteindelijke idee uit te voeren. Ook bepaal je wie voor de uitvoering van specifieke onderdelen van je idee verantwoordelijk is. Dit onderdeel voer je heel gedetailleerd uit en kost relatief veel tijd. In de uitgebreide uitleg van het model in het boek Think Better, vind je een verder uitwerking van deze stap, maar ook van de anderen.

Mocht u meer willen weten over dit model en de mogelijkheden, neem dan contact met ons op. Wij vertellen u er meer over en faciliteren u graag bij deze krachtige ontwikkel- en creativiteitstool.

 

Tim Hurson is in Amerika een pionier op het gebied van ideamarketing. Hij heeft in zijn carriere al veel organisaties in de VS, Canada en Engeland geholpen bij creatie, innovatie, marketing en productontwikkeling. Als schrijver heeft hij al verschillende bekende artikelen en boeken achter zijn naam in relatie tot het vergroten van creatief vermogen in zowel werk als privé.
Als hij ergens spreekt wordt hij veelal als volgt getypeerd:  “No group is ever quite the same after hearing Tim Hurson speak. With an energetic blend of insight and humor, Tim teaches audiences what many already know in their hearts: that Creative Intelligence is the essence of human potential. Moreover, creative intelligence is not a gift given to few, but a set of skills everyone can cultivate.”

Leid jij aan vorm van creatieve luiheid?

Oordeel jij snel? En heb jij snel je mening klaar over ideeën van anderen of van jezelf? Heb je door dat je hiermee jezelf wel eens zou kunnen belemmeren bij je creativiteit? Dat je wellicht aan creatieve luiheid leidt?

Oordelen lijkt wel een soort van tweede natuur bij ons, een automatisme. We beoordelen, en erger veroordelen, heel snel. We bepalen snel of we voor of tegen iets zijn. Of we iets goed of slecht vinden.

Door snel een mening te vormen, neem je gelijk een standpunt in. En zo’n standpunt, of mening, ga je vaak weer onderbouwen als je die naar anderen uitspreekt. Je neemt daarmee een positie in en je legt jezelf daar min of meer mee vast. Onze geest gaat daarnaast flink op zoek naar bewijzen om onze mening te bevestigen.

Zonder dat je het vaak door hebt, bekijk je veel door een door jou zelf opgezette bril en perspectief, waardoor je nog maar moeilijk creatief, open en in andere richtingen kan denkenDeCreatiekamer

Niet echt bevordelijk voor je creatieve proces…

Zeker als je op zoek bent naar meer mogelijke oplossingen, ideeën,  of nieuwe kansen, is snel oordelen over een idee of bedachte oplossing niet echt handig. Bij brainstormen bijvoorbeeld is makkelijk associeren belangrijk en door steeds snel voor of tegen iets te zijn, blokkeer je de associatiestromen die je juist dan goed kan gebruiken.

Het wordt dan moeilijk om nieuwe invalshoeken te vinden en buiten ons vastgezette idee en mening te denken. Ook luister je in een ideeënsessie dan vaak slecht of helemaal niet naar anderen, waardoor een associatie op een idee van een ander gewoon domweg niet gebeurd. En als dit wel gebeurd, dan heeft het vaak toch weer een link met je eigen ideeën. Dan is het een aanvulling daarop of het bevestigt je eigen richting. We laten ons brein hierin zijn gang gaan, zonder er bewust tegenin te gaan. Lekker makkelijk immers…

Ik noem dit onze ‘creatieve luiheid’. Ons brein is eigenlijk heel lui. Ik bedoel hiermee dat ons vaste denken in patronen, dat we veelal zonder te onderzoeken toelaten, ons brein gewoonweg een stuk minder actief maakt. Een automatisch ‘ik vind het wel goed zo-gedrag’ of een ‘zo min mogelijk jezelf uitdagen-gedrag’  dus.

Creativiteit is geen talent. Het is een manier van werken. John Cleese

Ideeënfase en oordeelloze ruimte

Om deze ‘creatief luiheid’ tegen te gaan, is het in een creatieve proces belangrijk dat je zorgt voor ‘oordeelvrije ruimten’. Dat is noodzakelijk in de fase dat je op zoek bent naar meer ideeën. In deze fase laat je je snelle oordeel dan heel bewust niet toe. Je geeft je je geest de ruimte verder te denken dan wat je normaal zou doen.
Je staat in deze fase open om vanuit andere perspectieven te denken en doet daarmee juist bewust (tijdelijk) afstand van je oordeel. Vele specifieke creatieve denktechnieken kunnen hierbij helpen en de ideeënstroom activeren. De bewuste houding is echter de basis. Zonder dat weet je zeker dat je veel mogelijke ideeën gewoon domweg niet zult krijgen.

 


 

Wil jij leren hoe je je oordeel uit kan stellen in het creatieve proces? Wil jij creatieve denktechnieken aanleren en ervaren hoe dit je helpt creatiever te denken en tot meer ideeën en mogelijkheden te komen?

Vanuit DeCreatiekamer faciliteren wij creatieve processen en ideationsessies, terwijl je tegelijkertijd creatieve denktechnieken leert gebruiken, patronen gaat doorbreken en een creatieve houding ontwikkelt.

Natuurlijk pas je dit toe op bestaande vraagstellingen vanuit jouw praktijk, die voor jou, je team of je organisatie aan de orde zijn.

Neem contact met ons op over de faciliteringsmogelijkheden.

6 manieren om je ideeën niet te laten verdwijnen.

Ideeën, ideeën, ideeën…

Bijna alle mensen lopen met ideeën rond. Veel mensen denken in mogelijkheden en kansen, kunnen onlogische verbanden leggen en daardoor nieuwe inzichten naar boven laten ‘poppen’. Zij verzinnen ideeën om nieuwe dingen te doen, zaken anders aan te pakken, beter, goedkoper of passend bij de trends & ontwikkelingen.

Mensen met ideeën vind je overal: Van de wilde creatieve denker, die marktgerichte initiatieven ontplooid, tot de meer beschouwende persoon, die wellicht meer de uitdaging vindt in het innoveren van processen.

Het is echter vaak niet zo makkelijk om ook daadwerkelijk je ideeën werkelijkheid te laten worden. Een idee is één, maar het realiseren is twee. Daar bewust van zijn, hier anders tegenaan kijken en zaken iets anders aanpakken, kan al snel helpen. De onderstaande 6 punten kunnen je helpen je ideeën realiteit te maken.

“Om een idee te realiseren is het onderzoeken van je eigen gedragspatronen en het managen van je omgeving vaak noodzakelijk”

1. Betrek anderen bij je idee.

Om een idee te realiseren heb je anderen nodig. Jij hebt je doel, maar om dat te bereiken, zul je veelal anderen nodig hebben om die te bereiken. Als de organisatie je de ruimte, geld, tijd of ruggesteun niet geeft om met je idee aan de slag te gaan, krijg je deze normaal gesproken niet gerealiseerd.

Je zal dus veel energie moeten steken in anderen meekrijgen. De zogenaamde ‘change matrix’ kan je hierbij helpen.

Hierin zet je voor jezelf op een rij wie de beslissers zijn, wie de ambassadeurs zijn die je nodig hebt, wie de informele leiders zijn met veel invloed, wie meer uitvoerend betrokken zullen gaan worden, etc..

Bedenk dan wat je moet doen om al deze mensen, op een bij hun passende manier, te vertellen over je idee. Voor iedereen kan dit op een andere manier zijn.

Het is dus belangrijk dat je veel aandacht besteed aan je netwerk. Hiermee kan je draagvlak bevorderen en je invloed vergroten. Dat je daarbij authentiek blijft is misschien wel het belangrijkste. Je timing en manier van communiceren kan je echter wel aanpassen aan de verschillende ‘stakeholders rondom’ je idee.

2. Hou er rekening mee dat jouw idee op het moment (nog) niet aansluit bij referentiekader van de ander.

Iedereen heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen ‘beeld’ van de werkelijkheid. Het kan daarom goed dat jouw idee daar niet bij aansluit. Ook kan het zijn dat anderen eigen ideëen hebben en daardoor niet open staan voor ideëen van anderen, die van jou bijvoorbeeld. Er is dan meer nodig om anderen mee te krijgen, te overtuigen of jouw idee te gaan ondersteunen. Je hebt ze immers wel nodig (zie vorige punt)!

Wat helpt is om veel vragen te stellen (‘De kracht van vragen stellen’) en daardoor te achterhalen waar anderen aan denken, wat zij belangrijk vinden en hun ideeën te laten vertellen. Jij kan daarna proberen daarbij aan te sluiten en zodoende in ieder geval te bereiken dat ze beter naar je luisteren en meer ‘open’ staan voor jouw verhaal.

Timing is belangrijk. Niet alleen de timing in een gesprek, zoals hierboven besproken, maar ook de timing van wanneer je dat gesprek voert. Een beetje je ‘politieke’ gevoel hiervoor ontwikkelen dus.

3. Laat je door de zogenaamde ‘ideakillers’ niet demotiveren.

Anderen reageren vaak sceptisch op een idee of doen je idee af met woorden als: “Mooi bedacht, maar hier hebben we geen tijd voor”, “Hebben we al vaker geprobeerd”, “We moeten ons op primair proces richten, daar past dit niet bij”, “Daar is nu geen geld voor”, etc, etc…

Je kent deze zogenaamde ‘ideakillers’ vast wel. Het gekke is dat jouw idee voor jou daardoor minder sterk kan gaan lijken als je eerst dacht. Je gaat hun als het ware een beetje geloven en geeft het op. Je idee verdwijnt uit je gedachten of gaat in ieder geval naar de achtergrond.

Hiervan bewust zijn, kan je helpen door te zetten. Veel mensen hebben nu eenmaal de neiging op dergelijke manieren te reageren. De zogenaamde ‘Ja, maar-mensen‘. Die zijn er altijd! Zie dit als een gegeven waar je niet van hoeft terug te deinzen. Laat het je juist motiveren om deze mensen ook mee te krijgen met je idee. Probeer ze in een andere modus te krijgen.

Probeer eerst aan te sluiten bij hun behoeften, bijvoorbeeld die van de drang naar zekerheden, of bij hun angsten, bijvoorbeeld die van de controle te verliezen.

Overigens komen deze behoeften en angsten vaak natuurlijk helemaal niet in gevaar en gooit jouw idee helemaal niet zo veel overhoop als men jou laat denken door de hele rits aan ‘ideakillers’ die er zijn..

4. 70% is ook genoeg om het klaar te laten zijn voor het publiek. Soms zelfs 30%!

Ook kan je zelf de oorzaak zijn van het niet realiseren van je idee. Je komt niet (genoeg) in actie. Eén van de redenen hiervan kan zijn dat je steeds weer je ideëen aanpast en dat je vind dat ze nog niet voor publieke oren geschikt zijn.

Geloven in de basis van je idee is genoeg om je idee in de week te leggen bij anderen. Zeventig procent je idee hebben uitgewerkt, of misschien wel minder is genoeg om bij anderen al een eerste ‘pitch’ te houden.
Ik vind zelfs dat je al eerder over je idee kan gaan praten bij verschillende ‘stakeholders’ rondom je idee. Anderen kunnen immers waardevolle vragen stellen of aanvullingen en inzichten geven, waardoor het idee verder verrijkt zal worden. Het in jou hoofd alleen maar aan het idee werken, kan ervoor zorgen dat het nooit ‘af’ is.

Daarnaast kunnen anderen je door hun positieve reacties motiveren met je idee verder te gaan en gaan zij je wellicht helpen om bijvoorbeeld meer draagvlak in je omgeving te krijgen. Misschien zelfs wel bij mensen die je nodig hebt buiten je eigen invloedssfeer, waardoor de kans van realisatie groter wordt.

5. Hou het simpel, maak het niet te groot, waardoor je basisidee niet ineens in de prullenbak is verdwenen.

Wees je bewust dat eenvoudig te realiseren ideeën kunnen verdwijnen door ze steeds groter te maken. Je kan van het ene idee in het andere idee komen. Dat is goed natuurlijk in de fase dat je dit toelaat en waardoor je ideeën steeds beter passen bij de vraag of uitdaging waar je antwoord op geeft.

Je moet echter wel en keer stoppen, keuzes maken en aan de slag. Wees je hiervan bewust! Je hebt namelijk de kans dat je hierdoor wellicht hele goede ideeën in de ‘prullenbak’ gooit, die misschien wel makkelijker te realiseren zijn als je het eenvoudig had gehouden.

6. Maak het één van je prioriteiten!

Andere prioriteiten beheersen vaak je dag, waardoor je een goed idee wellicht toch steeds minder aandacht geeft. Een idee is als een zaadje. Het klinkt cliché, maar wel waar. Je moet het met liefde verzorgen, aandacht geven, samen met anderen water gaan geven. Als je dat op een gegeven moment minder of niet meer doet, gaat het plantje slap hangen… je idee sterft of moet een zware winter of droge zomer overleven.

| Dit artikel is eerder verschenen in DeInspiratiekamer (red). |

Geen pen hebben… waarom opschrijven van je ideeën zo belangrijk is.

Alle mensen zijn in wezen creatief, maar verwezenlijken niet alle creatieve mogelijkheden. De ideeën en goede invallen die je hebt verdwijnen vaak weer door te veel clichés, doodgekauwde zinnetjes en overbekende inzichten of doordat: je ze niet opschrijft…

Vind jij het ook lastig op van gedachten een zinnig geheel te maken? Laat staan je ideeën te vatten. Creativiteit wordt vaak in 4 woorden samengevat: “Eerst verzamelen, dan ordenen”. Het creatieve proces doorloopt immers in verschillende stadia altijd zelfde weg. Van: meer, meer, meer, naar: kiezen, samenpakken en verrijken. Waar mensen echter vaak tegenaan lopen bij de ‘verzamelfase’ is:

Het niet hebben van een pen! of is het:
Het niet gebruiken van een pen?

Bij geestelijke inspanning heb je nu eenmaal op een gegeven moment een pen nodig. De ideeën moeten op bepaald moment opgeschreven worden. Als je dat niet doet, verlies je normaal gesproken een deel van je gedachten en het overzicht.

Iedere gedachte creëert drie nieuwe…

Veel ideeën verdwijnen in een groot zwart gat en zeker als je bedenkt dat elke gedachte drie nieuwe oproept, weet je zeker dat er heel veel langsvliegt hup weg je ‘geest’ in. Niets mis mee natuurlijk, maar door dingen op te schrijven geef je je ideeën een ‘leven’.

Uitstel van je oordeel

Zoals je misschien al weet is één van de grondregels van creatief denken het ‘uitstellen van je oordeel’ over een bepaald idee. In de zogenaamde illuminatiefase, de fase dat we ideeën genereren, is kritiek op de ideeën uit den boze. Ieder idee kan je namelijk heel makkelijk de grond in boren en gelijk overbodig maken. Er is immers altijd wel wat aan te merken op een idee. Zijn we op een of andere manier heel vaak, heel goed in.

Het ‘oordelen over ideeën’ haalt vaak de energie naar beneden om nog verder ideeën te verzinnen over verder te gaan op de ideeën die er zijn. Om een of andere manier verdwijnt de lust om nieuwe ideeën te bedenken. Bedenk maar eens wat er gebeurd als een ander jouw idee gelijk kritisch bekijkt en snel met allemaal “Ja, maar’s…” komt. Je gaat dan niet echt overlopen van energie toch? En of je echt verder gaat met je ideeënstroom is de vraag… En als je zelf oordeelt over je ideeën stop je eigenlijk automatisch je ideeënstroom. Bedenk maar eens hoe vaak je jezelf hierdoor remt…

In een optimaal creatief proces is evalueren van je ideeën pas aan de orde in de selectiefase (of convergentiefase), het moment dat je keuzes gaat maken met welke ideeën je allemaal verder gaat en welke je verder gaat verrijken (verrijkingsfase).

Oordelen en iets niet opschrijven

Als een idee niet wordt opgeschreven, betekent dit eigenlijk dat er al een evaluatie plaatsvindt. Dat je eigenlijk al oordeelt over het idee. Te vroeg dus als je nog in ideeënfase zit. Je oordeel over een idee wordt dan immers niet uitgesteld. Het noteren van je ideeën is belangrijk, omdat een idee tot een volgend idee kan leiden en associatie gestimuleerd wordt. De hoeveelheid ideeën is in deze fase van het proces belangrijker dan de kwaliteit van de ideeën. Uitgangspunt hierbij is dat kwantiteit voor kwaliteit zorgt (‘Quantity breaths Quality’). Uit meer ideeën kan je immers meer goede ideeën halen dan uit minder ideeën…

Opschrijven dus!

Notitieboekjes aanschaffen en bij elke inval die je hebt bij wat je ziet, hoort, leest opschrijven wat het idee is. Al je ‘projecten’ benoemen waar je ideeën voor wilt en gedurende een bepaalde periode ideeën verzamelen. Maar ook dingen waar je nu wellicht nog niets mee kan, of al je ideeën voor nieuwe projecten, of ideeën voor anderen, etc.. Alles opschrijven of in mindmapperige vorm tekenen, maakt niet uit hoe, als je het maar opschrijft.

Dus notitieboekjes (moleskines) in de auto, in je binnenzak of gewoon dezelfde altijd bij je hebben. Het aardige van de boekjes die tegenwoordig op de markt zijn, zijn mogelijkheden om ook losse briefjes te bewaren. Voor mij een ware uitkomst, want ik maak overal kleine briefjes, memo’s van als ik mijn moleskine’s niet bij me heb. Inmiddels werk ik al aantal jaar met een aantal boekjes tegelijk, wat voor mij goed werkt. Het lijkt een gekke bezigheid, al je ideeën op te schrijven, maar het werkt wel. Het maakt je creatiever en laat je makkelijker en veel vaker doorassociëren.

Extra Tip: Schaf een pen met een lichtje erin aan, zo kan je ook ‘s nachts makkelijk dat briljante idee opschrijven en weer verder slapen. (Extra voordeel hierbij is dat je niet ligt te woelen, doordat je je gedachten hebt opgeschreven. Dat maakt dat je vaak wel goed kan slapen).