Sommige gewoontes juist wel inslijten…

“List what you’d do, make and realize if you had more time.
Circle everything that makes life magic for you.
Calender it in.”
Sam Brown

We weten allemaal dat we veel van onze creatieve dromen heel vaak uitstellen en misschien ga je wel nooit aan de slag met de dingen die je graag nog zou willen doen, maken of realiseren.

Daarmee doe je jezelf wel tekort…

En zeg nou zelf, eigenlijk wil je dit toch helemaal niet. Je wilt toch juist graag de dingen doen, de dingen maken en de dingen creëren die nog op ‘je fascinatie-lijstje‘ staan? Ze gaan immers niet voor niets regelmatig door je hoofd. Je wilt dat helemaal niet missen? Je wilt je toch het liefste toewijden aan dat wat er is om door jou gecreëerd te worden!

Hieronder wat meer inspiratie, wat je hierbij nog meer kan helpen.

Begin de dag met creëren

Het plannen van tijd voor creativiteit (creativitijd) is makkelijker wanneer je besluit dat je de dag met creatief werk wilt beginnen. Als een vroege vergadering je bijvoorbeeld verplicht om om zes uur op te staan, sta dan vijf uur op en ga lekker aan de slag met werk waar je je creativiteit voor nodig hebt. Later op de dag ruim je dan tijd in hier verder mee te gaan of om af te maken. Een lekkere start heb je dan al gemaakt en zonder dat begin komt er vaak de hele dag niets van, zeg nou zelf.. De waan van de niet-creatieve zaken grijpen je aandacht vast en de ruimte voor creativiteit is veelal weg.

Stel incrementele doelen

Door te werken in kleine stapjes, zorg je ervoor dat haalbare doelen je motivatie hoog houden. Elke week kan je voor jezelf  je doelstellingen duidelijk en haalbaar maken. Je weet dan goed waar je aan gaat werken en je haalt voldoening uit het halen van al deze (kleine) gestelde doelen. Ook kan je bijvoorbeeld doelen stellen per 4 , 7, 13 of 21 weken. Ook dat kunnen in jouw geval mooie tussendoelen zijn.

Elimineer de afleiding

Als je creatief aan het werk gaat en je laat je telefoon aan en je internet zichtbaar open, is de kans op afleiding natuurlijk groot. Leg voordat je begint met werken alle overbodige spullen aan de kant, ruim op en doe het geluid van je telefoon uit. Je computerscherm zichtbaar aan is natuurlijk helemaal uit den boze. Helemaal mooi als je alles ‘in je hoofd hebt uitgezet’!
Dus mijn voorstel: uit, uit, AAN!

Ga tegen die geniepige negatieve gedachten in

Natuurlijk zijn er mensen die zeggen dat ze nooit negatief zijn, maar eerlijk gezegd betwijfel ik of dit wel kan. Iedereen kent dat stemmetje wel dat zegt dat je iets niet kan of dat het moeilijk is en dat je daardoor maar niet begint. Hier kan je makkelijk wat aan doen. In plaats van luisteren naar dat geniepige stemmetje in je hoofd, die je niet helpen om in actie te komen, kan je gewoon domweg in actie komen.  Als je eenmaal bezig bent gaat het vanzelf stromen, dus begin gewoon met een begin. Hoe simpel kan het zijn!

Actie!

Sommige mensen zeggen dat ze hun beste werk in een vlaag van inspiratie, of in een flits gedaan hebben. Ze waren ‘in de zone’, zeggen ze. Dat kan natuurlijk en ikzelf herken zeker het werken in een flow en dat ik daardoor heerlijk door en door kan gaan. En natuurlijk krijgen we allemaal flitsen van inzicht, maar weinig of geen creatief werk gebeurd in een flits. Integendeel, het komt voort uit voortdurende inspanning.

Als we alleen creatief aan het werk zijn als we daarvoor in de juiste stemming zijn, dan zullen we creatief weinig productief kunnen zijn. Om creatief het beste uit onszelf te halen, hoeven we niet in een of ander heilige zone te zijn. Nee, we moeten er gewoon hard voor aan het werk gaan en in actie komen en blijven. We schreven hier al eerder over naar aanleiding van het boek van Twyla Tharp: ‘The Creative Habit’

Het proces heb je nodig

Het eindresultaat van ons werk kan nog zo mooi zijn, maar hoe we daar komen gaat lang niet altijd zo makkelijk. Tientallen of misschien wel honderden ideeën verdwijnen in de prullenbak, de eerste ontwerpen zijn waardeloos en hele uitgewerkte conceptideeën blijken toch niet zo goed als gedacht.
Hier moet je dus wel een beetje tegen kunnen. Dit hoort bij je creatieve werk, dit is daar een wezenlijk onderdeel van. Het proces van creëren, proberen, falen, deleten, volhouden, doorzetten en doorgaan is juist datgene wat je nodig hebt. Laat je daar dus niet door verlammen, maar geniet juist van dit proces. Creëren is hard werken, niet altijd even makkelijk te stroomlijnen en vaak een beetje rommelig, maar vooral de moeite waard. Zowel het eindresultaat, maar met name de weg hier naar toe.

En als laatste… doe ‘de Wekker’

Als je een droom hebt die je wilt verwezenlijken:
Schrijf paar kleine doelen op, die je droom stapje dichterbij brengen en zet een wekker aan. Als deze af gaat, ga aan de slag!

 


In DeInspiratiekamer|DeCreatiekamer trainen en begeleiden wij onder andere creatieve persoonlijke ontwikkeling en patroondoorbreking bij mensen.

Wil je meer weten? Neem contact met ons op of maak gewoon een koffie-afspraak.

Het Sprekersalfabet

Wat kan je doen om veel effectiever te zijn in presentaties?
Hoe kan je voorkomen dat er zoveel verloren gaat van wat je zegt?
Wat kan je doen om je boodschap krachtig over te brengen en meer impact te maken?

In het zogenaamde ‘Alfabet’ van De Spreekkamer hebben we belangrijke aandachtspunten en tips voor je op een rij gezet.

Door het toepassen van deze inspiratie uit het sprekersalfabet zal je beter gaan presenteren,  gemakkelijker overtuigen en wordt het gewoon leuker. Je zal bovendien effectiever je doel bereiken en het vertrouwen van je publiek winnen. In dit artikel vind je een voorproefje uit het alfabet.

In dit artikel vind je een voorproefje en de inhoudsopgave van het sprekersalfabet.

Binnenkort kan je het hele sprekersalfabet hier downloaden.

HET ALFABET

Afsluiten

Gek hier beginnen met de afsluiter? Nee, juist niet. In dat laatste moment zit je laatste mogelijkheid je publiek te beïnvloeden. Dat is het moment, het ‘activating moment’, dat je nogmaals je publiek activeert om je ene doel te bereiken: Om iets te gaan doen, iets te laten of iets nooit meer te vergeten. Met alle emotie die je hebt of durft op te wekken, geef je tot slot nog ‘een duw mee’ en zet je een duidelijk punt achter je verhaal.

Don’t: Eindig je verhaal nooit meer met: ‘Dat was het’ of ‘Ok’.
Do: Bereid dit laatste moment heel gedetailleerd voor. Schrijf de inhoud exact uit, denk na over de vorm, emotie en intensiteit. En oefen het! Punt!

 

Beginnen

Pak je publiek gelijk, zorg dat iedereen gelijk voelt dat ze op ‘de juiste trein’ zitten en daarmee weten wat er gaat komen. Door te openen met 3 of 4 vragen achter elkaar over waar jij antwoord op gaat geven, weet je publiek in één keer wat ze gaan horen. En je laat mensen drie, vier  keer ”ja” zeggen in hun hoofd. Je motiveert je publiek om te luisteren en je hebt gelijk de aandacht, omdat dat waar jij het over gaat hebben, is wat zij ook willen.

Daarna doe je de ‘Grab’: zie de G

Cee het

Doel

E1  Empowerment

Motiveer je publiek ook na je verhaal. Je wekt een behoefte op en sluit aan bij de noodzaak voor je publiek dat dat wat jij hebt te zeggen voor hun belangrijk is. En daarmee laat je hen willen luisteren naar jou. Als je dat echt weet, weet je ook wat  overbodig wordt. Je laat alles uiteindelijk in het teken staan van dat doel.

E2  Evenwichtig afwisselen

E3  E x 3

G ‘Grab’

Met  ‘the Grab’ empower je je publiek de eerste keer. Dat wat je later nog veel vaker doet in je verhaal. Maar die eerste keer gelijk aan het begin is belangrijk. Je geeft als het ware een belofte.

Een belofte dat jij hen gaat helpen iets beter, makkelijker, eenvoudiger, mooier, sneller, etc te laten zijn. Door jou en door wat jij gaat vertellen! Volledige aandacht dus, want je sluit super krachtig aan bij de behoefte (waarvan jij weet dat deze er is bij het publiek dat voor je zit). En heb je gemerkt dat die woordjes allemaal op -er eindigen. Dat zijn de magische ‘powerwoorden’. Gebruik deze gelijk na je beginvragen (zie de B  Beginnen). Je zal merken dat je krachtiger en  overtuigender de aandacht pakt. 😉

H Handen

I Interactie

J Jij

K Keurig zijn hoeft niet

L Leeuwentemmen

M Meest belangrijk

De basis van je inhoud is herkenning en begrip, het aller-aller belangrijkste. Je publiek wil begrepen worden en zichzelf herkennen in je verhaal. Je hebt dus geen andere keus dan de ander zich begrepen te laten voelen.

N Nooit meer doen!

O OMG

P Parallele communicatie

Q Quit the grab, gebruik voorbeelden, anekdotes en metaforen

R Ruimtegebruik

S Stem

T Tijd voor voorbereiding!

Voorbereiding is veel meer nog dan het halve werk. Hoeveel tijd besteed je aan voorbereiding van vorm, opbouw, afwisseling en het krijgen van constante aandacht? Is dat bij ene presentatie meer dan bij andere?

Bereid juist ook kleine korte presentaties uitgebreid en gedegen voor. Als oefening en om ook daarin te vlammen. Je brengt daarmee je basisniveau omhoog en dat wat je in klein oefent, ga je ook meenemen in je grotere presentaties. Naast het bepalen wat je allemaal wilt zeggen en het schrijven van de eerste draft van je verhaal, kan je in algemeen qua tijd de zogenaamde 1+4x- regel toepassen: 1 Uur als basistijd en 4x de presentatietijd daarbij opgeteld. Dus een 10 minuten presentatie is 100 minuten voorbereiding. Dit als een basisregel, maar natuurlijk is dit ook afhankelijk van meer of minder ervaring en oefening. Maar het mooie: Uiteindelijk wordt je voorbereidingstijd minder door de ervaring als je dit serieus gaat doen.

U Uit die beamer

V Visueel, auditief en kinestetisch

W What’s in it for me?

X X voor jezelf

Y Ysberen niet doen en meer van die dingen

Z Zie jezelf als …

 

Interesse in onze presentatietrainingen? Zowel open inschrijving als op maat voor organisaties. Kijk in De Spreekkamer of neem contact met ons op

6 manieren om je ideeën niet te laten verdwijnen.

Ideeën, ideeën, ideeën…

Bijna alle mensen lopen met ideeën rond. Veel mensen denken in mogelijkheden en kansen, kunnen onlogische verbanden leggen en daardoor nieuwe inzichten naar boven laten ‘poppen’. Zij verzinnen ideeën om nieuwe dingen te doen, zaken anders aan te pakken, beter, goedkoper of passend bij de trends & ontwikkelingen.

Mensen met ideeën vind je overal: Van de wilde creatieve denker, die marktgerichte initiatieven ontplooid, tot de meer beschouwende persoon, die wellicht meer de uitdaging vindt in het innoveren van processen.

Het is echter vaak niet zo makkelijk om ook daadwerkelijk je ideeën werkelijkheid te laten worden. Een idee is één, maar het realiseren is twee. Daar bewust van zijn, hier anders tegenaan kijken en zaken iets anders aanpakken, kan al snel helpen. De onderstaande 6 punten kunnen je helpen je ideeën realiteit te maken.

“Om een idee te realiseren is het onderzoeken van je eigen gedragspatronen en het managen van je omgeving vaak noodzakelijk”

1. Betrek anderen bij je idee.

Om een idee te realiseren heb je anderen nodig. Jij hebt je doel, maar om dat te bereiken, zul je veelal anderen nodig hebben om die te bereiken. Als de organisatie je de ruimte, geld, tijd of ruggesteun niet geeft om met je idee aan de slag te gaan, krijg je deze normaal gesproken niet gerealiseerd.

Je zal dus veel energie moeten steken in anderen meekrijgen. De zogenaamde ‘change matrix’ kan je hierbij helpen.

Hierin zet je voor jezelf op een rij wie de beslissers zijn, wie de ambassadeurs zijn die je nodig hebt, wie de informele leiders zijn met veel invloed, wie meer uitvoerend betrokken zullen gaan worden, etc..

Bedenk dan wat je moet doen om al deze mensen, op een bij hun passende manier, te vertellen over je idee. Voor iedereen kan dit op een andere manier zijn.

Het is dus belangrijk dat je veel aandacht besteed aan je netwerk. Hiermee kan je draagvlak bevorderen en je invloed vergroten. Dat je daarbij authentiek blijft is misschien wel het belangrijkste. Je timing en manier van communiceren kan je echter wel aanpassen aan de verschillende ‘stakeholders rondom’ je idee.

2. Hou er rekening mee dat jouw idee op het moment (nog) niet aansluit bij referentiekader van de ander.

Iedereen heeft zijn eigen referentiekader, zijn eigen ‘beeld’ van de werkelijkheid. Het kan daarom goed dat jouw idee daar niet bij aansluit. Ook kan het zijn dat anderen eigen ideëen hebben en daardoor niet open staan voor ideëen van anderen, die van jou bijvoorbeeld. Er is dan meer nodig om anderen mee te krijgen, te overtuigen of jouw idee te gaan ondersteunen. Je hebt ze immers wel nodig (zie vorige punt)!

Wat helpt is om veel vragen te stellen (‘De kracht van vragen stellen’) en daardoor te achterhalen waar anderen aan denken, wat zij belangrijk vinden en hun ideeën te laten vertellen. Jij kan daarna proberen daarbij aan te sluiten en zodoende in ieder geval te bereiken dat ze beter naar je luisteren en meer ‘open’ staan voor jouw verhaal.

Timing is belangrijk. Niet alleen de timing in een gesprek, zoals hierboven besproken, maar ook de timing van wanneer je dat gesprek voert. Een beetje je ‘politieke’ gevoel hiervoor ontwikkelen dus.

3. Laat je door de zogenaamde ‘ideakillers’ niet demotiveren.

Anderen reageren vaak sceptisch op een idee of doen je idee af met woorden als: “Mooi bedacht, maar hier hebben we geen tijd voor”, “Hebben we al vaker geprobeerd”, “We moeten ons op primair proces richten, daar past dit niet bij”, “Daar is nu geen geld voor”, etc, etc…

Je kent deze zogenaamde ‘ideakillers’ vast wel. Het gekke is dat jouw idee voor jou daardoor minder sterk kan gaan lijken als je eerst dacht. Je gaat hun als het ware een beetje geloven en geeft het op. Je idee verdwijnt uit je gedachten of gaat in ieder geval naar de achtergrond.

Hiervan bewust zijn, kan je helpen door te zetten. Veel mensen hebben nu eenmaal de neiging op dergelijke manieren te reageren. De zogenaamde ‘Ja, maar-mensen‘. Die zijn er altijd! Zie dit als een gegeven waar je niet van hoeft terug te deinzen. Laat het je juist motiveren om deze mensen ook mee te krijgen met je idee. Probeer ze in een andere modus te krijgen.

Probeer eerst aan te sluiten bij hun behoeften, bijvoorbeeld die van de drang naar zekerheden, of bij hun angsten, bijvoorbeeld die van de controle te verliezen.

Overigens komen deze behoeften en angsten vaak natuurlijk helemaal niet in gevaar en gooit jouw idee helemaal niet zo veel overhoop als men jou laat denken door de hele rits aan ‘ideakillers’ die er zijn..

4. 70% is ook genoeg om het klaar te laten zijn voor het publiek. Soms zelfs 30%!

Ook kan je zelf de oorzaak zijn van het niet realiseren van je idee. Je komt niet (genoeg) in actie. Eén van de redenen hiervan kan zijn dat je steeds weer je ideëen aanpast en dat je vind dat ze nog niet voor publieke oren geschikt zijn.

Geloven in de basis van je idee is genoeg om je idee in de week te leggen bij anderen. Zeventig procent je idee hebben uitgewerkt, of misschien wel minder is genoeg om bij anderen al een eerste ‘pitch’ te houden.
Ik vind zelfs dat je al eerder over je idee kan gaan praten bij verschillende ‘stakeholders’ rondom je idee. Anderen kunnen immers waardevolle vragen stellen of aanvullingen en inzichten geven, waardoor het idee verder verrijkt zal worden. Het in jou hoofd alleen maar aan het idee werken, kan ervoor zorgen dat het nooit ‘af’ is.

Daarnaast kunnen anderen je door hun positieve reacties motiveren met je idee verder te gaan en gaan zij je wellicht helpen om bijvoorbeeld meer draagvlak in je omgeving te krijgen. Misschien zelfs wel bij mensen die je nodig hebt buiten je eigen invloedssfeer, waardoor de kans van realisatie groter wordt.

5. Hou het simpel, maak het niet te groot, waardoor je basisidee niet ineens in de prullenbak is verdwenen.

Wees je bewust dat eenvoudig te realiseren ideeën kunnen verdwijnen door ze steeds groter te maken. Je kan van het ene idee in het andere idee komen. Dat is goed natuurlijk in de fase dat je dit toelaat en waardoor je ideeën steeds beter passen bij de vraag of uitdaging waar je antwoord op geeft.

Je moet echter wel en keer stoppen, keuzes maken en aan de slag. Wees je hiervan bewust! Je hebt namelijk de kans dat je hierdoor wellicht hele goede ideeën in de ‘prullenbak’ gooit, die misschien wel makkelijker te realiseren zijn als je het eenvoudig had gehouden.

6. Maak het één van je prioriteiten!

Andere prioriteiten beheersen vaak je dag, waardoor je een goed idee wellicht toch steeds minder aandacht geeft. Een idee is als een zaadje. Het klinkt cliché, maar wel waar. Je moet het met liefde verzorgen, aandacht geven, samen met anderen water gaan geven. Als je dat op een gegeven moment minder of niet meer doet, gaat het plantje slap hangen… je idee sterft of moet een zware winter of droge zomer overleven.

| Dit artikel is eerder verschenen in DeInspiratiekamer (red). |

De vernieuwing en het avontuur komt op je af via het perspectief van de ander.

In ons leven kunnen we dagelijks geconfronteerd worden met ‘afwijzing’ en een stroom van ‘nee’ die onze kant op komt.

Maar zeg nu zelf, laten wij zelf ook niet veel ‘nee’ de andere kant op gaan… En veel meer dan we beseffen.

In brainstormsessies, improvisatietheater en de vele vormen van communicatietraining, worden mensen geleerd en aangeraden deze “Nee” te veranderen in een “Ja, en …”. Een basisvaardigheid en een voorwaarde voor effectieve ideeënsessies,  echt contact maken met anderen of bij improvisatie.

In het laatste geval heeft het “Ja”zeggen een duidelijke link met het belangrijkste principe van improvisatietheater: dat wat van de ander (tegenspeler) naar je toekomt, neem je dankbaar aan en daar stem je op af. Je verlaat je eigen perspectief ten gunste van de ander . Voor goed improvisatietheater moeten we goed kijken en luisteren naar wat de ander ons aanbiedt. Immers met dat aanbod gaan we verder in het spel. Zo kunnen we doorbouwen en tot ideeën en nieuw spel komen.

En dat is moeilijk! Echt luisteren en afstemmen op alleen datgene wat de ander aanbiedt. Een tijd geleden was ik uitgenodigd bij een talk van Karl Raats waarin stil stond bij de zogenaamde 3-seconden mensen en de 10-seconden mensen. Mensen die binnen 3 seconden reageren op de ander en wat er gezegd wordt, tegenover mensen die dit pas na 10 seconden doen. De 3-seconden mensen lijken in eerste instantie alerter, aanweziger, meer betrokken en intelligenter. De 10-seconden mensen daarintegen afwezig, in zichzelf gekeerd en minder betrokken. Maar is dat wel zo? Wie luistert er beter, wie stemt beter af op datgene wat de ander zegt? Maar vooral wie laat meer toe van de ander in zichzelf?

Ik kan niet wetenschappelijk aangeven of de 3-seconden mensen of de 10-seconden mensen het beste op de ander afstemmen. De kans echter dat de 3-seconde mens te snel reageert en niet goed heeft geluisterd, lijkt mij wel vele malen groter. En in de regel zal het snel reageren het echt opnemen van wat de ander zegt niet bevorderen. Wellicht dus toch niet zo betrokken tot de ander en intelligent?

In ieder geval mis je hierdoor heel veel kansen en de mogelijkheden om elkaar te versterken, verder te bouwen en de vernieuwing te zien die voor het grijpen ligt! De vernieuwing en het avontuur dat op je af komt via het perspectief van de ander. Je eigen perspectief geeft je immers meer van hetzelfde.

“Ja” zeggen tegen de ander in plaats van afwijzen. Dat is een kunst. Misschien wel een levenskunst, want jezelf dit leren kost je wellicht een heel leven…

 

~ Er zijn mensen die liever “ja” zeggen en mensen die liever “nee” zeggen. Diegene die “ja” zeggen, worden beloond met de avonturen die ze beleven. Diegene die “nee” zeggen met de veiligheid die ze creëren ~

 

 

 

 

What Got You Here, Won't Get You There

In het boek ‘What Got You Here, Won’t Get You There’ van Marshall Goldsmith staat over twee pagina’s verdeeld een mooi rijtje van patronen om te doorbreken.
Echter zo simpel als het leest is het niet…

Het veranderen van sommige gewoonten is hard werken en daar doe je misschien wel een heel leven over.
Andere zijn wellicht makkelijker en kan je nu en morgen al veranderen… Goldsmith gaat op een korte en krachtige manier in op deze patronen en licht ze toe met sterke voorbeelden.

1 – Winning too much: The need to win at all costs and in all situations.
2 – Adding to much value: The overwhelming desire to add our two cents to every discussion.
3 – Passing judgment: The need to rate others and impose our standards on them.
4 – Making destructive comments: The needless sarcasms and cutting …remarks that we think make us sound sharp ans witty.
5 – Starting with “No,” “But,” or “However”: The overuse of these negative qualifiers which secretly say to everyone, “I’m right. You’re wrong.”
6 – Telling the world how smart we are: The need to show people we’re smarter than they think we are.
7 – Speaking when angry: Using emotional volatility as a management tool.
8 – Negativity: “Let me explain why that won’t work”: The need to share our negative thoughts even when we weren’t asked.
9 – Withholding information: The refusal to share information in order to maintain an advantage over others.
10 – Failing to give proper recognition: The inability to praise and reward.
11 – Claiming credit that we don’t deserve: The most annoying way to overestimate our contribution to any succes.
12 – Making excuses: The need to reposition our annoying behavior as a permanent fixture so people excuse us for it.
13 – Clinging to the past: The need to deflect blame away from ourselves and onto events and people from our past; a subset of blaming everyone else.
14 – Playing favorites: Failing to see that we are treating someone unfairly.
15 – Refusing to express regret: The inability to take responsibility for our actions, admit we’re wrong, or recognize how our actions affect others.
16 – Not listening: The most passive-aggressive form of disrespect for others.
17 – Failing to express gratitude: The most basic form of bad manners.
18 – Punishing the messenger: The misguided need to attack the innocent who are usually only trying to help us.
19 – Passing the buck: The need to blame everyone but ourselves.
20 – An excessive need to be “me”: Exalting our faults ad virtues simply because they’re who we are.

In hoofdstuk 5 komt nog de 21e gewoonte van ‘Goal obsession’ aan bod, waarbij Goldsmith aantoont dat dit voor heel vervelend gedrag kan zorgen.

In het derde deel gaat het over hoe we kunnen veranderen door bewust dingen niet, anders of juist wel te doen. En dit in relatie tot luisteren, verontschuldigen, feedback, bedanken, het verschil maken… 7 mooie hoofdstukken…